Verslag Joke

Oefenavond kennismaken met natuurwezens

Op 25 augustus verzorgden Ferry van der Loos en Margrete Vijlbrief een oefenavond in het waarnemen van natuurwezens door middel van opstellingen. Ferry vertelde eerst hoe hij en Margrete in contact kwamen met het wezen van een berg toen zij in Frankrijk onder leiding van een leraar bezig waren met landschapsheling. Bij landschapsheling stem je je gevoelsmatig af op plekken in het landschap die behoefte hebben aan heling en dat gebeurt dan met een groep mensen, meestal door middel van klank. Ferry en Margrete werkten toen al met opstellingen, zogenaamde familie-opstellingen, en deze methode gingen zij toepassen om in contact te komen met het wezen van de berg, en later ook met andere natuurwezens.
Hierbij gaat het om vragen die iemand stelt aan iemand die representant staat voor het
wezen dat bevraagd wordt. De antwoorden van de representant komen dan van het wezen.
Ferry en Margrete vertelden over hun werk met de lichtwezens bij de megalieten
(steencirkels, hunebedden en losse stenen) die nog overal in Europa te vinden zijn. Deze lichtwezens onderhielden eeuwenlang de verbinding van de aarde met de kosmos op die bijzondere plaatsen, tenminste zolang er mensen waren die door middel van cultus deze plekken verzorgden. Het is begrijpelijk dat verreweg de meeste lichtwezens nu niet meer die verbinding hebben doordat deze cultusplaatsen niet meer gebruikt worden.
Dit vernamen Ferry en Margrete van Odilia, een geestelijk wezen uit de rang der thronen waarmee zij contact kregen. En zij begonnen aan de enorme klus om de verbindingen te herstellen.
De afgelopen jaren hebben ze heel wat afgereisd, kortgeleden waren zij in Georgië en Armenië, en dit najaar gaan zij heel Groot-Brittannië door. Ter plekke vragen ze dan, door middel van opstellingen, aan de lichtwezens die nog met de stenen verbonden zijn, of zij weer verbonden willen worden met de kosmos en met “het grote licht”.
Zo wordt Christus aangeduid door de lichtwezens, maar ook de zon. De maan is voor hen “het donkere licht”.
Na al deze verhalen mochten wij, tenminste wie dat wilde, ook representant zijn, terwijl
Ferry en de aanwezigen vragen stelden. Het was de bedoeling dat de representant zich
daarbij kon terughouden, maar zich wel openstelde voor wat er wilde klinken. Als het
genoeg was geweest, raakte Ferry de representant even aan, zeggend: ”Stap er maar uit, je bent nu weer jezelf.” Zo “onderzochten” we hoe het etherische wezen van een plant die gezond geteeld wordt, zich voelde, in vergelijking met het wezen van een plant die met kunstmest en pesticiden behandeld was. Bevraagd werden verder onder meer de huisgeest van het kerkgebouw, de piano in de ontmoetingsruimte, een schilderij, en twee van de zonnebloemen die in een vaas stonden. Tenslotte vertelde Ferry over bijzondere natuurwezens of elementenwezens die relatief nieuw zijn: de Christus-wezens. Zij zijn er sinds het gebeuren op Golgotha, en zijn ontstaan doordat Christus zich offerde en nu met de hele aarde verbonden is. Dat dit helpende wezens zijn, spreekt vanzelf. Zij zijn niet identiek aan Christus, “het grote licht”.

Joke Meijer