Ardeche 1


Vanuit de Odiliënberg kwamen we ’s avonds aan in de Ardèche ten noorden van Orange bij dolmen Champ Vermeil  (44,3625 / 4.5544) vlakbij Bidon en Pierrelatte, aan de Route de St. Marcel. Hier gingen we slapen en lieten het aan onze reiswezens over om in de loop van de nacht alvast contact te maken met de lichtwezens van deze plek. Er was ook een stenige ondergrond, die wij wel vaker tegenkwamen op plaatsen met lichtwezens, dus we vermoeden direct dat er hier wel meer grote stenen zouden zijn. ’s Ochtends vroegen we hoeveel onze reiswezens er hadden ontmoet: wij en jij, en zij, en Odilia en de auto. Zo veel? Ja, zoveel. Zes dus. Omdat de reiswezens al contact hadden gemaakt, en de lichtwezens daar gretig op hadden ingestapt, had Odilia dus al contact en hoefden we niets meer te doen dan voor de uitwisseling van steentjes zorgen en voor de natuurwezens daar ter plekke wat lekkers neer te leggen (honing, tabak, chocola en rode wijn, van alles een heel klein beetje). Toch vonden we het prettig om nog even contact te maken, ook om uitleg te geven over de blijvende verbintenis via de steentjes. Het lichtwezen reageerde heel open maar schuchter – ik ben niet meer gewend om met mensen te spreken – maar gaf wel aan heel dankbaar te zijn. Het lichtwezen schrok wel toen we vertelden dat we steentjes wilden meenemen, maar die bezorgdheid verdween snel toen we zeiden dat we alleen twee heel kleine steentjes van deze plek wilden meenemen. Er is al zoveel van me meegenomen!

Overigens lag de menhir op enige afstand van onze auto en konden we die niet gemakkelijk vinden, en aangezien Odilia er toch al mee verbonden was, hebben we ook niet verder gezocht. Wel mooi, een dolmen (hunebed) en een menhir, zoals dat volgens Odilia vroeger altijd was: het dolmen voor de aarding en de menhir voor de verbinding met de kosmos. 

We gaven de reiswezens nog wat les over onze telling tot zes, en dat konden ze redelijk goed volgen, hoewel natuurwezens in wezen geen getallen kennen, maar toen we ook uitlegden dat we nul als getal hadden voor “niets, geen”, vonden ze dat maar heel vreemd. Niets is toch niets, dat ga je toch niet tellen! En helemaal toen we vertelden dat we dat soms in het meervoud gebruiken: nul stenen. Als ik er goed over nadenk kan ik ze alleen maar gelijk geven!

“Proven-ce, Corsica en Sardinië 2019”