Binnen-land

Wij gaan op weg naar Fjukon, wat “zwaar water” betekent. Hier werd geëxperimenteerd met nucleaire energie, waar de Duitsers in de oorlog direct beslag op legden. De fabrieksgebouwen staan er echter nog, een grimmige aanblik. Misschien nog in werking? Dan nog grimmiger!

Onze noordelijkste bestemming, wel vijf uur verder rijden, is de stad Lillehammer, en we hopen erg dat we daar een levende megaliet aantreffen, en niet, zoals we in Portugal meemaakten, een totaal verdwenen megaliet omdat er een villa overheen was gebouwd​. Dat zou dan 2 x 5 uur rijden voor niets zijn! En jawel, we worden een nogal nieuwe villawijk ingeleid, met allemaal bebouwde straatjes, maar bij de coördinaten (61.134329 /10.462053) ligt een verwilderd stukje bos. Dus toch? Er lopen wat platgetreden paadjes door, die volgen we maar, en ja hoor, we ontdekken een nogal ongeorganiseerde stapel stenen. Met lichtwezen! En na nog enig speurwerk ontdekken we ook nog andere slordige steenformaties, ook één die redelijk intact lijkt.

We vragen of een woordvoerder zich kenbaar wil maken: Hallo, ik ben helder hoor, dit is een vergeten stuk grond, verwaarloosd, waar mensen hun hond uitlaten en kinderen spelen, te midden van nieuwe huizen en een weg. Gelukkig ligt hier aan de achterkant wei- en akkerland; ik weet niet of ieder lichtwezen dat hier is, mee kan komen – ik heb al wel wat lichtwezens voelen reageren en weet van een aantal dat ze zeer welwillend zijn naar de Grote Deva. We zijn jullie heel dankbaar dat jullie zo’n lange reis voor ons hebben willen maken en met ons contact hebben gemaakt.

Toen ik ’s avonds de stad wilde gaan verkennen vroeg ik bij wijze van grapje aan Margrete: Zijn onze jongens er al? Direct werd er gereageerd: Jongens? Wij zijn toch geen jongens! Ik: Meisjes dan? Nee, ook niet! Wat dan wel? Nou als we moeten kiezen klinkt jongens beter​. Ik legde uit dat in onze dagelijkse spreektaal mensen vaak de term jongens gebruiken om een groep aan te roepen, ook als er meisjes bij zijn, soms zelfs als er alleen maar meisjes zijn: kom op jongens! Natuurlijk niet correct, maar wel heel gebruikelijk. Ze vonden ’t maar raar, maar van toen af zijn we ze steeds vaker “onze jongens” gaan noemen, waar ze zich wel in schikten.

Openlucht museum Jorstad Og Garmo (Maihaugen museum / Lillehammer)

We hadden het liefst in de buurt van de stenen willen overnachten, maar konden nergens een geschikte plek vinden, dus dan maar ergens buiten de stad. We reden bij toeval langs het openlucht-museum, en zagen dat het park ervan nog toegankelijk was. Een park vol oude boerderijen en aanverwante gebouwen, heel aardig om daar in de schemering rond te lopen en de reiswezens genoten met ons mee van de oude wezens die ze daar aantroffen.

Er lag ook een soort grafheuvel, maar was die echt? Zelf kregen we​ er geen helderheid over, waarschijnlijk omdat we te graag wilden dat het zo was, maar de reiswezens kijken dwars door zoiets heen en “stonden” ons aardig uit te lachen.