Wolfheze wandeling 24 november

Met een groep van 5 deelnemers vertrokken we van de parkeerplaats bij het Fletcher hotel, tijdens de wandeling was het behoorlijk fris, met een flets zonnetje.

Vlakbij de parkeerplaats hebben we contact gemaakt met de bosgeest en een oude Den. De wandeling  voerde  ons vervolgens door de Wolfhezer bossen, die een gelaagde geschiedenis kennen van hele oude bomen  Wodanseiken(400 – 600 jaar oud) , heide,  een verdwenen dorp (door de strijd met de Spanjaarden), sprengen, beken en grafheuvels

 
De deelnemers gingen voldaan en geïnspireerd weer naar huis.
 
Hieronder enkele verslagen van deelnemers  die hun ervaring met ons wilden delen..

Nieuwsbrief november

Lieve mensen,


 Zoals beloofd sturen we jullie hierbij de reisverslagen (vanaf het begin) mèt foto’s, maar wel in de vorm van een doorlink; deze doorlink komt van onze website
www.natuurlijkewezens.nl. 
Zo spoedig mogelijk wordt er meer aan toegevoegd, dus die ontvang je niet meer apart in je mailbox, gewoon tzt even deze doorlink aanklikken of de website openen; daar komen dan als laatste ook nog reisbrieven 8, 9 en 10, die je nog niet eerder hebt gezien.

We hopen dat onze reisverslagen jou hebben kunnen boeien, en willen degenen die er op gereageerd hebben bedanken; leuk onderweg in de zon zo af en toe reacties van “thuis in de regen” te ontvangen!

Maar belangrijker dan wij en onze reis vinden we Odilia en de Archai-lichtwezens, en de andere natuurwezens; fijn dat hiervoor belangstelling bestaat en draag deze kennis gerust uit, de geestelijke wereld kijkt verlangend uit naar contact met de aarde/mensenwereld.
Door middel van systemische opstellingen kan iedereen dit verwezenlijken, je hebt alleen jezelf nodig en een representant.

Wel is hier een waarschuwing op zijn plaats: Odilia is niet bereikbaar voor mensen, alleen voor ons maakt ze een uitzondering omdat wij voor haar doel werken. Als je Odilia zou opstellen krijg je wel degelijk een reactie, maar van een phantoomwezen, dat haar afschermt.

 Begin eenvoudig, en dichtbij huis, vraag b.v. contact met je huisgeest, je tuinwezen, de deva van jouw woonomgeving, je eigen reiswezen en je lichaamswezen. Veel plezier ermee en vertel het voort! 

 Verder willen we je nog wijzen op onze wandeling bij de Wodanseiken nabij Wolfheze op zondag 24 november, waar we de deelnemers met veel natuurwezens contact laten zoeken (bosgeest, beekwezen, wezens bij de grafheuvel en veel meer). Belangstelling? Meld je aan, kosten 30 euro. Meer info op de website.

 In mei/juni 2021 reizen we 3 weken door Armenië en Georgië, o.a. langs een tiental megalieten waar we met de lichtwezens contact willen maken. Nederlandse reisleiding, prijs ca. 2200 euro all in; evt. een week extra door Azerbeidjan. Zie ook www.armeniereizen

 En we overwegen wederom een weekend in Drenthe, kennismaken met natuurwezens en megalieten.

 Dank voor jullie belangstelling,

                                         Ferry en Margrete  

 

 grot boven  Via Cavadi San Rocco  in het gebied rondom Citta del tufo in  Sovana

Reisverslag 10

Reisbrief 10, Duitsland, Baden-Württemberg

Drie bestemmingen vlakbij Schaffhausen, de plaats met de indrukwekkende Rheinfall (waterval), en dus ook vlakbij de Duits/Zwitserse grens, twee liggen net aan de Duitse kant, in Zwitserland  Abri Schweizersbild, een rotswand met rotstekeningen, alleen wij ontdekken de tekeningen niet, hoewel ze wel aangegeven staan op een bord. Eigenlijk in de stad, aan een vrij drukke straat, maar een lichtwezen (er zijn er meer) reageert helder en zeer ontroerd: Wij sturen onze dankbaarheid en vreugde aan jullie mee in je hart! Tranen op mijn wangen. 

Onze reis vervolgen we naar nog twee bestemmingen ook vlakbij Schaffhausen, maar net gelegen in Duitsland, bij Degernau, aan de Degenauerstr./ Erzingerstr. op zo’n 700 m van elkaar, in elkaars zicht:

Steinkiste Degernau, Im toten Mann, een hunebed; de deksteen is origineel, de voorkant met zielengat gerestaureerd, maar alles wel op de oorspronkelijke plek. Het lichtwezen luisterde al mee tijdens ons overleg met Odilia, noemt dit een mooie samenwerking, vertoont geen spoor van verbazing, is wel heel nieuwsgierig hoe e.e.a. verloopt en ook naar het Grote Lichtwezen, en eindigt: Het gaat jullie goed!

Bovenop de grasland heuvel staat Degernau of Bühlhölzle Menhir, vanaf de weg zichtbaar; het lichtwezen was al geïnformeerd door zijn buur, en was blij om weer eens met mensen te kunnen spreken en helemaal om met het Grote Lichtwezen verbonden te worden.

Niet ver van Basel, in het dorpje Schwörstadt, ligt Heidenstein, aan de Römerstrasse tussen de huizen in; de grote voorsteen met zielengat als enige overblijfsel van een hunebed. Het lichtwezen heeft nauwelijks oor voor onze uitleg, zo ongeduldig is het. 

Bij het dorpje Heubach (nabij Schäbisch-Gmünd) staat Der Stein Dossenbach, een menhir, de coördinaten wijzen een bosstrook in, je kunt ook zien dat er ooit een paadje is geweest, maar nu overgroeid door dikke braamstruiken, nauwelijks doordringbaar. Ik stel voor Odilia zelf te laten zoeken, maar Margrete voelt zich gedreven en wringt zich een doorgang langs en door braamstruiken en weet ‘m na enige tijd met behulp van gmaps te vinden, en maakt dan met de smartphone een foto. Odilia heel blij, en geeft aan Margrete gevolgd te hebben om haar enigszins te beschermen. Vanaf het begin van het pad maken we contact via een contactwezen, dat zich persoonlijk sterk geroerd voelt als we over het Grote Lichtwezen beginnen.    

Nabij Efringen-Kirchen: Katzenberg Grabhügelgruppe, de coördinaten wijzen het bos in langs de drukke weg waar geen ingang te zien is, maar even verder rechtsom is er wel een ingang, met parkeerruimte, volg dan het rechtse pad (Breite Weg), even verder rechts zijn nauwelijks te onderscheiden grafheuvels. Odilia geeft aan: De lichtwezens hier zijn heel ver weggezakt, zoek maar geen contact, dat is te veel voor ze, alleen de hartverbinding, en de steentjes. 

Schalensteine Gremmelsbach, nabij Triberg. (48.16207 / 8.26177) Bovenop de berg moeten drie Schalensteine liggen, met de auto durven we niet verder, en het is onduidelijk welk pad we moeten nemen. Kan Odilia het zelf verder vinden? Even wachten, en ja, ze heeft iets gevonden, we hoeven niet verder te klimmen. Margrete neemt alleen een foto van de omgeving, en ik jaag een jonge stier op hol de heuvel op met mijn didgeridoo.

Schonach, toeristisch stadje, met als voordeel een groot gebouw voor het toeristenbureau. We krijgen er een folder mee met daarop het Schalensteinpfad , met negen stenen, en er is ruimte voor wifi en internet (en voor scholieren voor hun lunch-pauze). Odilia vraagt ons bij elk van de stenen de hartverbinding te doen, behalve bij degene die vlakbij ligt, waarop de stadsnaam met grote letters gegraveerd is, en één van de lichtwezens fungeert als vertegenwoordiger, en wil graag weer verbonden worden. De totale wandeling duurt bijna twee uur want gaat ook een flink eind de berg op.

Twee uur rijden naar de Odiliënberg, vlakbij de Druïdegrot (nog geen drie meter diep), Odilia’s ankerplaats op aarde, waar we al tweemaal eerder de door ons verzamelde steentjes hebben gebracht; als die er liggen is zij pas echt en blijvend verbonden. Van al onze bezochte plekken nemen zowel Margrete als ik een steentje mee, ik eigenlijk als reserve, je weet nooit! De vorige keren hebben we alle steentjes bij elkaar gelegd en er een kort klank ritueel en de hartverbinding bij gedaan. Zoals ik het me dit keer herinnerde had ik mijn steentjes apart gelegd; in elk geval had ik het voor deze keer zo in gedachten en toen we daar aankwamen vond ik bij twee rotsstenen er een zeer geschikte plaats voor. Margrete was al wat doorgelopen, ik riep of ze erbij wilde zijn, maar zij was al onderweg naar de plek waar we vorig jaar onze steentjes hadden geplaatst, dus ik legde mijn steentjes neer, bedekte ze netjes met bladeren en takjes, en wilde naar haar plek lopen om daar ons gezamenlijk ritueel te doen. Echter, Margrete had helemaal in haar hoofd dat we onze steentjes gezamenlijk zouden neerleggen, vond het dus zeer ongepast dat ik zonder overleg anders had gehandeld. Bovendien naar haar gevoel moesten de steentjes gezamenlijk geplaatst worden, ze kwamen toch van dezelfde plaatsen en werden nu gescheiden! Boos, boos en nog eens boos. Dat zij een ander idee erover had deerde mij niet, zouden we kunnen overleggen en alsnog uitvoeren, maar voor Margrete was de teerling al geworpen en was van enig mogelijk overleg geen sprake meer, en eigenlijk het hele ritueel al verstoord. Ik vond juist haar uitbundige boosheid heel verstorend. We kwamen er niet meer gezamenlijk uit, zij “deed haar ding” en boos liepen  we terug naar de auto. Margrete had wel gevoeld dat Odilia zich aandiende maar wilde haar niet toelaten. Eenmaal bij de auto kon ze Odilia niet meer tegenhouden. Odilia liet weten dat ze had gevoeld dat Margrete haar niet had willen toelaten, maar “met mijn verontschuldiging dat ik zo heb doorgedrukt, ik ben nu even nog eigenwijzer dan Margrete, maar ik wil nu een boodschap aan jullie kwijt. Jullie maken het veel te groot, de steentjes liggen op mijn plek en daar ben ik heel blij mee, en de wezens die er mee verbonden zijn ook en dat zijn er heel veel! Kortom: één groot feest. En dat ze niet bij elkaar liggen is al opgelost, daar is een soort contactwezen voor gekomen; jullie maken je druk over oude patronen waar jullie beiden in vast zitten; laat los! Hou niet vast aan hoe jullie het elk verschillend gepland hadden, besef wat een grote vreugde er heerst rondom de steentjes dankzij jullie inspanning, neem dat mee, en dat het ritueel niet helemaal gegaan is zoals gepland, jullie goede intentie is gevoeld, heel veel dank!“ Margrete: Zei ze dat echt, nog eigenwijzer dan ik? Ik: ja, echt, ongelooflijk hè? Toen kon Margrete een lach niet meer onderdrukken, en hebben we eerst ter plekke even nagepraat tijdens onze maaltijd, en gingen goed geluimd weer op weg naar onze laatste bestemming voor die dag. 

In het donker benaderen we nabij Offenburg Ortenberg met wijngaarden, we rijden helemaal naar boven tot vlakbij het kasteel en gaan daar slapen. We proberen met een zaklantaarn nog de menhir Bibelistein of Glückelestein tussen de wijnranken te vinden, maar de volgende ochtend blijken de coördinaten er een paar meter naast te zitten; op de goede plek staat zelfs een bordje, maar hij was ook niet te vinden in het donker omdat er een struik voor staat. ’s Nachts laten de reiswezens weten dat Odilia al contact heeft. ’s Ochtends komen de reiswezens bezoek aankondigen: het contactwezen van het lichtwezen (wij liggen nog in bed): Goedemorgen, ik hoorde dat jullie contact wilden (?), vandaag is één groot feest, het Grote Lichtwezen is terug! Jullie hebben hier geslapen, dat gebeurt al heel lang niet meer, heel vroeger wel dus ik weet wat slapen is; vroeger praatten mensen ook met het lichtwezen, nu nooit meer, alleen jullie, maar het is wel iets anders. Op deze mooie plek kwamen vroeger heel vaak mensen, nu alleen maar af en toe, maar niemand die contact maakt. En vroeger waren er meer lichtwezens in de omgeving, hadden we contact met elkaar, nu is dat er niet meer, en neemt weer afscheid. Odilia laat weten samen met de deva op zoek te gaan in de omgeving want er moeten meer lichtwezens zijn. Vreemd, gisteravond was het kasteel mooi zichtbaar met verlichting; nu in de ochtendmist is het totaal aan het zicht onttrokken.

Door naar Schwaibach, nabij Gengenbach, voor twee megalieten: Heidenplatz und Steinsofa, liggen op 20 m van elkaar met elk  een lichtwezen; langs de weg tegenover nr 23 hangt een bordje aan een schuur, en van daaraf loopt een behoorlijk steil pad, (1,1 km) maar Heidenplatz staat geregeld aangegeven. We overleggen even met Odilia, even later zegt het lichtwezen: Ik wacht, en jullie gesprek zo even vind ik uitermate intrigerend; wij hebben onvoorstelbaar lang gewacht, maar gelukkig leven we niet met tijd, en ook onvoorstelbaar met jullie te kunnen praten, en helemaal onvoorstelbaar dat het Grote Lichtwezen hier door mensen wordt gebracht, maar ach, we zijn er heel blij mee. Ook hier gaar Odilia met de deva op zoek naar meer lichtwezens.

De kolossale Mauzenstein ligt hoog op een berg met voor auto’s verboden maar goede wegen nabij Bad Herrenalb, Bernbach. Wij rijden toch maar de berg op, maken contact met het lichtwezen, houden een uitgebreide pauze op de berg in de zon; een boswachter reageert verbaasd ons hier aan te treffen, geeft uitleg dat je hier alleen met speciale vergunning met de auto mag komen, maar we mogen onze lunchpauze afmaken.

En hier overleggen we: hebben we echt nog zin om verder te gaan megalieten af te reizen? Eigenlijk zitten we “vol”, voelen we. We besluiten door te rijden naar Maasmechelen om daar grote kiezelstenen mee te nemen voor mijn landje in Reeuwijk. Daar parkeren we de auto zo dat we de herrie van de DSM minder horen, ’s ochtends stenen rapen, later in de ochtend de stenen “lozen” en rond lunchtijd thuis. Vol van megalieten, en nu nog verslagen schrijven en foto’s plaatsen. En als dat gebeurd is: versturen! Bij deze, het laatste stukje van deze reis. We hopen dat de verslagen jullie konden boeien. En dank aan hen die erop gereageerd hebben..



reisverslag 9

Reisbrief 9, oostelijk Zwitserland

De eerste bestemming: Nabij Luzern Carschenna rotstekeningen in/bij Sils im Domleschg, niet de tunnel in maar er vlak voor naar de parkeerplaats en vijf kwartier omhoog lopen (staat goed aangegeven). Het regent licht en is nogal fris, zijn we niet meer gewend. Op de parkeerplaats instrueren we Odilia welke richting ze moet zoeken, maar even later vraagt ze of we het erg vinden een stukje te gaan lopen, ze heeft de deva nog niet kunnen bereiken en neemt een wirwar van paden waar. Ons pad is wel duidelijk aangegeven, maar slingert zich naar boven, dus de richting wordt niet duidelijk. Wie niet sterk is moet slim zijn, dus stelde ik Margrete voor de deva aan te spreken, als wij mensen dat doen is het dwingend. Margrete als representant liet duidelijk weten geen contact te willen, maar zolang ik aanhield werd ze niet vrij. Ik begon over vroeger maar daar wilde ze niet aan herinnerd worden; ik vertelde dat het Grote Lichtwezen terug was maar daar wilde ze helemaal niets over horen, en over de plek van de rotstekeningen zei ze dat die plek heilig was en ze dat echt niet ging verraden! Dat schoot niet op, blijkbaar hield ze nog steeds vast aan de pijn over het abrupte verdwijnen van het Grote Lichtwezen en voelde ze zich in de steek gelaten. Even later liet Odilia weten ook niets te kunnen beginnen met deze deva, ”Ik zal me geregeld laten zien tot ze een beetje bij draait en het aan kan”. (46.694407 / 9.460698)

 Wij hebben een uur naar boven gelopen, meer zin en puf hadden we niet en er stond daar een uitnodigend bankje, en van daar uit zou Odilia toch de richting moeten kunnen vinden. De reiswezens vervolgden het pad nog even, gevolgd door Odilia en gezamenlijk kwamen ze uit bij de plek van de rotstekeningen en dus ook de lichtwezens. De lichtwezens waren heel ver weggezakt vertelde Odilia even later, maar ze zou ze ondersteuning sturen en blijven aanhouden, dat zou wel goed komen, en met dank aan ons en zeker ook de reiswezens. Wij blij dat onze inspanning van twee uur lopen resultaat had opgeleverd!  Grappig hoe verschillend Margrete en ik deze wandeling hebben ervaren: Margrete enorm vreugdevol, de eerste keer na haar tweede knie-operatie zo’n inspanning leveren en helemaal zonder pijn, heerlijk! Ik had moeite met de omschakeling naar het vochtige en frisse herfstweer, geen urenlange pauze ’s middags, me koesterend in de warmte van de zon; dus maar voort jakkeren, en daarbij mezelf een beetje kwijtraken, zeg maar meer op megalietenjacht dan ontspannen, zoals ik als kind had geleerd waardering te krijgen door te presteren; en dit alles had z’n weerslag op mijn darmen, wat me nog meer energie kostte. Nee, deze wandeling was in dit speelveld te confronterend voor me, de rest van de dag en de dag erna bleef ik me uitgeput voelen.  

Ook nabij Luzern het dorpje Falera een enorme parkeerplaats (voor de wintersporters?) met daarachter een stevige heuvel, Parc La Mutta, Menhirfeld, met daarop in diverse rijen in totaal 35 menhirs, indrukwekkend! We hebben de hele heuvel rond gelopen, en naar de top geklommen, zo bijzonder. Helaas konden we de zonnesteen aan de achterkant niet vinden; deze schijnt iets te maken te hebben met de zonne-eclypse van 1089 voor Christus. Contact gemaakt met een vertegenwoordiger die graag weer verbonden wilde worden en het aan de anderen zou doorgeven.

Bij het invallen van de schemer bereiken we Unter-Altenstein bij Oberegg. Helemaal aan het einde van de weg bij de laatste boerderij de Schalensteen, een enorme steen met aan de bovenkant enkele “schalen” gevuld met regenwater. Er is een touw bij gespannen om het makkelijker te maken om erop te klimmen, wat ik natuurlijk ook doe want ik wil die schalen/kommen bovenop zien (en fotograferen). Het lichtwezen is helder en lijkt het naar zijn zin te hebben (spelende kinderen = fijne energie), en kijkt uit naar verbinding met het Grote Lichtwezen; van verbazing of ongeloof geen spoor! (47.435897 / 9.553375)

Op zondagochtend 20 geeft de gps de volgende bestemming aan op 3 km afstand, 5 minuten rijden, in Heiden, Rasplen Chindlistein. We parkeren bij het laatste huis aan de weg (alleen toegang bestemmingsverkeer, zijn we toch!), volgen gmaps lopend de lage berg verderop omhoog, klopt Odilia aan: Jullie hoeven niet verder, jullie zullen het toch niet vinden, steengrond maar geheel overgroeid, niets aan te zien, en bovendien, ik heb er al contact, dus ben al verbonden; wel waar jullie nu staan de steentjes en hartverbinding, en vergeet het lekkers niet! Aldus gedaan. En we lopen weer terug door de wei  en zien verderop net zo’n schalensteen als we gisteravond gezien hadden (en er vlakbij geslapen hebben), vlakbij een boerenbedrijf; staat niet op ons lijstje! Als we daar aankomen ontdekken we dat dit dezelfde is waar we gisteravond geslapen hebben, alleen van de andere kant benaderd! De gps heeft ons om het dorp heen laten rijden, die geeft alleen autowegen aan, geen weide-paden! Ach, in elk geval een heerlijke zondagochtend wandeling in stralend zonlicht.

Anderhalf uur rijden richting Zürich in Rifferswil een stevige menhir, nog aan de voet van de berg Homberg, als je de coördinaten volgend naar boven rijdt staat hij ineens pal voor je neus, op de splitsing. “Leuk weer aangesproken te worden! Iedereen hier ziet mijn steen wel staan, maar niet dat er meer is. Contact met het Grote Lichtwezen? Ik kijk er wel van op, maar laat maar gebeuren!”(47.2496 /8.4808)

Echt op de Homberg moet een rij kleine stenen staan, nogal achteraf, onder het mos en overgroeid, heel moeilijk te vinden. (Wellenweid Steinreihen) Zelfs nu we via een flinke omweg op de juiste toegangsweg dichtbij staan, (bij de notenboom met bankje omhoog) wordt ons door een streekbewoner zelf daar verteld dat ze heel moeilijk te vinden zijn. We vragen of Odilia ze zelf, als dan niet met hulp van de deva kan vinden; Margrete kijkt in de juiste richting en we wachten even af en ze laat weten ze gevonden te hebben. Niet de deva, maar het lichtwezen van de Homberg Menhir (staat in wezen op dezelfde berg, alleen aan de heel andere kant) heeft haar geholpen ze te vinden; ze hebben contact met elkaar en dit lichtwezen is heel krachtig en helder, kan haar wellicht nog verder helpen. Voor ons geen noodzaak verder te zoeken. (47.25006 / 8.48938)

Bij het dorp Mettmenstetten liggen twee steenrijen, de Jungholz en de Buechhölzli-Eigi Steinreihen; bij beiden staat aangegeven dat de precieze plaats niet bekend is; navraag in het dorp levert ook niets op, bovendien hebben we beiden een onbestemd gevoel dat we ze niet zullen gaan vinden, wat we ook proberen. Merkwaardig genoeg hebben we bij onze voorbereiding op google vlakbij wel een dolmen aangegeven gevonden, met coördinaten; nog merkwaardiger: ligt precies aan een weggetje waar we naar de andere twee gezocht hebben, een beetje verscholen in een bos, maar wel vermeld op een bordje aan de weg: Lochstein Rembrig (47.25598 / 8.44917) , het lichtwezen klinkt heel helder. Ondertussen heeft Odilia contact met de deva en laat ons weten dat het zinloos is daar verder te zoeken, die andere twee willen zich niet laten vinden, maar samen met de deva gaat het haar wel lukken.

Ook nog in dezelfde streek ligt Erdmanlisstein dichtbij Bremgarten en Waltenschwil, een natuurlijke kolos van een steen bovenop twee andere stenen, en nog wat kleinere rondom. Diep in het bos, goed toegankelijk, prima weggetjes maar met de auto mag je er niet komen; er is een kinderfeestje aan de gang, gedekte tafel, paard en wagen, en er wordt een vuurtje ontstoken. Odilia geeft aan: Kijk maar of je contact kunt krijgen , maar houd het kort. Het lichtwezen maakt direct en helder contact, maar is heel bezorgd over het vuur, op zijn steen! Hij hoort onze boodschap aan, en het Grote Lichtwezen ja graag, maar niet nu, later! Odilia is tevreden, er is contact, ze komt wel terug op een later tijdstip, en wij rijden gauw het bos weer uit. (47.347528 / 8.314464)

Vlakbij Zürich: Käferberg Steinkreis, een steencirkel, idyllisch gelegen in het bos maar niet zo ver van de weg, aan een bosvijver met waterplanten. We overleggen eerst even met Odilia, het lichtwezen begint direct met veel belangstelling in ons, “en dat gesprek daarnet, vertel!” Margrete doet haar verhaal. “Contact via die stenen, goed doordacht! En jullie praten met mij, vertel, hoe kan dat? …… Mmm, boeiend, zou fijn zijn als meer mensen dat deden, en nu wil ik graag contact met het Grote Lichtwezen”. (47.40348 / 8.52222)

Drie bestemmingen vlakbij Schaffhausen, de plaats met de indrukwekkende Rheinfall (waterval), en dus ook vlakbij de Duits/Zwitserse grens, twee liggen net aan de Duitse kant, in Zwitserland  Abri Schweizersbild, een rotswand met rotstekeningen, alleen wij ontdekken ze niet, hoewel ze wel aangegeven staan op een bord. Eigenlijk in de stad, aan een vrij drukke straat, maar het lichtwezen (er zijn er meer) reageert helder en zeer ontroerd: Wij sturen onze dankbaarheid en vreugde aan jullie mee in je hart! Tranen op mijn wangen. (47.72388 / 8.64007)

Hiermee zijn we klaar met Zwitserland; wat zorg voor megalieten betreft zeer wisselend, maar als totaal toch wat teleurstellend; vele liggen er onverzorgd  en onbeschermd bij, weinig blijk van serieuze en levende belangstelling, zowel qua informatie-voorziening vanuit de overheid als belangstelling bij bewoners. Opvallend goede en goed onderhouden wegen, ook de kleine landweggetjes, in schril contrast tot de zorg voor hun religieus en cultureel erfgoed (op een aantal heel goede uitzonderingen na).   

Onze reis vervolgen we naar nog twee bestemmingen ook vlakbij Schaffhausen, maar net gelegen in Duitsland, bij Degernau, aan de Degenauerstr./ Erzingerstr. op zo’n 700 m van elkaar, in elkaars zicht:

Steinkiste Degernau, Im toten Mann, een hunebed; de deksteen is origineel, de voorkant met zielengat gerestaureerd, maar alles wel op de oorspronkelijke plek. Het lichtwezen luisterde al mee tijdens ons overleg met Odilia, noemt dit een mooie samenwerking, vertoont geen spoor van verbazing, is wel heel nieuwsgierig hoe e.e.a. verloopt en ook naar het Grote Lichtwezen, en eindigt: Het gaat jullie goed! (47.665211 / 8.394554)

Bovenop de grasland heuvel staat Degernau of Bühlhölzle Menhir, vanaf de weg zichtbaar; het lichtwezen was al geïnformeerd door zijn buur, en was blij om weer eens met mensen te kunnen spreken en helemaal om met het Grote Lichtwezen verbonden te worden. (47.6638 / 8.401683)

 

reisverslag 8

Woensdag 16 steken we de Rubicon over, staat ons iets onherroepelijks te gebeuren? Of geldt dit alleen als je net als Julius Ceasar van noord naar zuid gaat? Trouwens, van de Rubicon hebben we niets anders dan een bordje langs de tolweg gezien. Maar toch! 

Oostelijk Noord-Italië. Voorbij Padua, langs Vicenzo richting Verona begon de zonneschijn verstikt te raken in een gelige mist. Margrete dacht aan zeedamp, maar op 100 km van de dichtstbij zijnde zee bij Venetië? De reiswezens gevraagd wat zij ervan waarnemen: lucht- en waterwezens, en van die wezens die vaak uit schoorstenen komen. Dus smog! Zo’n beetje de hele dag, ene moment dunner en andere moment weer wat dikker. Zo ook in Sovizzo, waar we aan de Viale Degli Alpini een ruime afgraving aantreffen met veel steenhopen en een keienrij, (round cairns) achter glas en overdekt, maar helaas ook tegen een flatgebouw aan en aan een vrij drukke weg. Dus weinig ruimte om uit te stralen. Er zijn verscheidene lichtwezens, voelen zich goed beschermd maar ook nogal ingesloten, stellen voor dat Odilia op een stiller moment terug komt.

Nog verder noordwaarts, ten noorden van Brescio ligt nabij Gorzone: Luine, Parco del Lago Moro,  ook wel Darfo Boario Terme genoemd, een groot berg-achtig gebied met veel rotstekeningen. De coördinaten van megalithic portal kloppen niet, maar het park is met google maps makkelijk te vinden. We kwamen er ’s avonds aan, hebben op de parkeerplaats overnacht vlakbij een eenzame muilezel. Zijn wel ’s avonds nog even naar de ingang gewandeld, waar je al een mooi overzicht van het beginstuk hebt en Odilia er over verteld.

’s Nachts om vier uur waren we even wakker voor een plaspauze, de reiswezens: Zijn jullie wakker? Wij ook! (Grapje, natuurwezens slapen nooit, ze hebben geen lijf dus worden nooit moe). We willen wat zeggen: Ze (Odilia) heeft al contact! Verder vertellen ze dat ze bij de muilezel zijn geweest, hij is wat zielig, zou wel een vriendje willen, en heeft niets te doen, al heel lang niet. Vroeger werd ie wel gebruikt om te trekken, vond ie wel leuk, had ie wat te doen. En ’s winters staat ie wel ergens binnen. En toen wilde hij niet meer met ons praten, doet ‘m te veel aan nare dingen denken. Ik vertelde ze dat mensen vroeger heel vaak per (muil)ezel reisden. De reiswezens: Dan zouden jullie wel heel lang onderweg zijn met deze reis! En ik vertelde dat er vroeger op het strand in Scheveningen ezeltjes waren waar je als kind een ritje op kon maken, kon mijn reiswezen zich dat herinneren of was hij toen nog niet bij mij? Ja, daar wist ie van. Goh, was je er toen al? Dan ben je vast bij mij gekomen toen ik naar Reeuwijk ging, misschien in mijn moeders buik al? Dat van Reeuwijk kon wel ’s kloppen, liet ie weten. En die van Margrete had ook weet van haar ezelritje op het strand in Katwijk.

’s Ochtends moesten we wachten tot het park om 9 uur open zou gaan en zijn toen aan het kokkerellen gegaan. Er was ook wat vuilnis op de parkeerplaats: een officiële grote gele bak met er naast wat volle vuilniszakken, en vlakbij ons hing aan een boom nog een overvolle afvalbak. Eerst kwam er een vuilniswagen de grote gele bak legen, maar de vuilniszakken ernaast liet ie liggen. De volgende vuilniswagen kwam alleen even pauze houden, de daarop volgende nam de vuilniszakken mee, en de vierde kwam speciaal de afvalbak aan de boom legen. ’s Lands wijs, ‘s lands eer!

De rotstekeningen in het park staan op afbeeldingen ter plaatse duidelijk weergegeven, leuke puzzel ze op de rotsen te herkennen. De dame van de toegang geeft ons ook nog een plattegrond mee waar de drie routes op staan aangegeven, vertelt er in luid Italiaans veel uitleg bij, en wijst met grootse gebaren en luide taal welke echt bellissimo zijn, magic en interesting, deze woorden Engels komen er ook aan te pas. En zeer terecht trouwens. Ze wijst ons er ook op dat het park tussen de middag om 12 uur sluit.  

Odilia vertelde dat van haar cultuur er slechts enkele zichtbaar waren, er waren later diverse culturen bij gekomen. Ze vertelde ook dat toen de mensen van haar cultuur vertrokken ze de boodschappen (of betekenis) van de tekeningen hadden weggehaald (niet de afbeelding!), daarna konden mensen de boodschappen of betekenis niet meer begrijpen, zelf zeiden de tekeningen haar ook niets meer. Ik vroeg: Kun je dat vergelijken hoe wij een kerk die niet meer gebruikt wordt ontwijden? Ja, daar kun je het goed mee vergelijken. 

En we hebben het lichtwezen van het park opgesteld: Welkom op mijn terrein, fijn dat jullie belangstelling hebben en er respectvol mee omgaan. En ik wil graag nog éen ding benadrukken: Geniet! Dat deden we zeker, waar het mooie weer aan meewerkte. We kwamen om 10 uur aan, en toen wij meenden dat een kerkklok 11 sloeg hoorden we de dame luidkeels roepen, blijkbaar hadden we één slag niet gehoord, maar we waren wel al op de terugweg en gelukkig was ze vol begrip dat we er zoveel tijd aan hadden besteed, wat maakte dat ze niet boos was dat we wat te laat kwamen en haar hadden laten wachten, zo bevlogen was ze over “haar”park, en dat alles in een stortvloed van Italiaans. 

Een half uur later kwamen we aan bij de volgende bestemming, Al de Plaha, ook rotstekeningen, maar gewoon in het openbaar, zowel in het dorp Paspardo (regio Lombardije) als verderop bij een parkeerplaats (Sollo Laiolo) langs de provinciale weg. Het lag op beide plaatsen trouwens bestrooid met wilde kastanjes; in Paspardo lag de vlakke rots met tekeningen vlakbij een picknickplek, waar een ouder stel gezeten was, de man raakte heel enthousiast toen wij wat kastanjes gingen rapen, hij wist van geen ophouden, roepend: gratis! In een mum van tijd hadden we een tas vol. Margrete belooft er iets lekkers van te bereiden. (46.031925 / 10.36115)

Verderop, niet ver van Bergamo in Parco Sellero (plaatsje Sellero) zijn ook rotstekeningen. De gps wijst als precieze plek een plek in de tunnel aan, het ligt natuurlijk daar bovenop de berg, maar we zien geen wegen er naar toe. Odilia laat weten: Dit ligt in dezelfde streek als de vorige, de deva hier is zeer hulpvaardig en geeft me een uitgebreide rondleiding (een ander deel van mij is daar nu bezig) dus deze vind ik dan nog wel. (46.063141 / 10.338691)

We gaan de Passo Tonale over (1800 m), in de verte zien we sneeuwtoppen; Margrete merkt op: Maar goed dat zij ze niet zien. De reiswezens reageren: Jullie hebben het over ons en sneeuwbergen, dat zien we aan de plaatjes in jullie hoofd. Margrete vraagt zich af hoe ze dat nou kunnen zien, zij hebben daar natuurlijk geen antwoord op. ’s Avonds draaien we de tolweg naar Bolzano/Bozen af en vinden al snel een weg langs een appelgaard, waar wij tussen de bomen (allemaal in kaarsrechte rijen) onze slaapplek vinden. Maar voordat we gaan slapen nog even snel de niet geplukte of geraapte appels verzamelen, voor ons genoeg voor de komende week. 

Odilia reageert ’s avonds op Margrete’s vraag: De reiswezens herkennen de plaatjes in jullie hoofd voor zover ze die zelf kennen, sneeuw kennen ze uit eigen ervaring; als jullie het over bomen hebben herkennen zij de “kleur bomen”, maar kennen geen kleur voor boomsoorten, wel, als ze die kennen, voor individuele bomen, b.v. de boom in jouw tuin. Zo herkennen ze ook de plaatjes van jullie familie, voor zover ze die kennen, of als jullie het over iemand gehad hebben en zijn naam daarbij genoemd; ze herkennen dan weer twee kleuren, één van familie en één van b.v. Tante Es. Jullie tegenwoordige mensen zijn veel meer geneigd te kijken naar boomsoorten, en niet naar individuele bomen. Op dezelfde wijze verstaat zo een hond als zijn baas zegt: Zit! De hond neemt de kleur waar die bij deze instructie kent. Ik ben trouwens heel benieuwd naar jouw plannen om samen met Nicolaas opstellingen te doen over planeten en boomsoorten en mineralen; ik wil je daarbij nog een tip geven: stel op mijn plaats op aarde, op de Odiliënberg, en mijn plaats in de kosmos, en ik beveel je daarbij aan om bij de laatste zelf representant te gaan staan, dan voel je dat ook eens en dat is ook goed voor jou omdat jijzelf bijna nooit voor mij gaat staan maar dat aan Margrete overlaat, begrijpelijk wel want het gaat haar nu eenmaal heel gemakkelijk af, maar toch jammer, wat mij betreft mag je het gerust vaker proberen.  Wat ik de volgende dag ook deed, en het lukte me wel om de boodschap door te geven, voelde heel sterk haar dankbaarheid en ontroering dat ik dit deed, maar ook mijn aarzeling omdat ik me ook bewust ben van het verschil tussen mijn tussenkomst en die van Margrete, waarop Odilia zelfs reageerde met: Dit is een oud patroon, dat je bang bent het niet goed genoeg te doen. 

Vrijdag 18. Menhir von Wolfsgruben niet ver van Bozen / Bolzano (Trentino), de coördinaten leiden ons naar een parkeerplaats, vandaar een pad de berg op, gmaps brengt ons een eind verder maar dan wordt het verwarrend, hij geeft aan dat we vlakbij zijn en dan ineens geeft ie wat anders aan. We snappen er niets van, lopen diverse kanten op, maar komen er niet uit. Margrete laat gmaps voor wat het is en loopt op haar gevoel de heuvel nog wat hoger op terwijl ik naar een huis nabij loop; niemand thuis, als we elkaar weer treffen heeft gmaps aan Margrete aangegeven “bestemming bereikt”, maar een duidelijke menhir ziet ze niet. Om haar twijfel weg te nemen geven de reiswezens nog even aan: Je hebt er bovenop gestaan!                                                                                                                                 Ik ga ook even verkennen, zie wel een lage rechtopstaande steen die evt. een kleine menhir zou kunnen zijn, en vele verstoorde kuilen in de grond, zeer waarschijnlijk ooit graven/tombes. Het blijkt inderdaad de juiste plek te zijn, Odilia neemt er lichtwezens waar, maar die wilden beslist geen contact met mensen, dus ook niet met ons en hadden volgens haar bewust onze gmaps verstoord om ons weg te houden. Ze had nu wel de plek te pakken en zou zich geregeld aan de lichtwezens kenbaar maken, het zou wellicht lange tijd vragen maar ze was vol vertrouwen.(46.5219 / 11.42986)

Voorbij het dorpje Latsch (Trentino-alto-Adige) voert de lange weg ons heel hoog de berg op en daar wijst de gps naar links, steil naar beneden, geen pad, ontoegankelijk voor ons. We wijzen Odilia de richting, ze neemt nog niets waar maar zal blijven zoeken. Wij rijden terug, dalen een slingerbocht af en komen ongeveer terecht op een punt onder de plek waar we zo net waren. Hier stoppen we om Odilia een extra aanwijzing te geven; ondertussen geeft ze aan waarschijnlijk iets gevonden te hebben, maar zwaar beschadigd, maar wel in de richting die we nu aangeven, en wel net op tijd, de lichtwezens stonden op het punt op te geven. Ze zal ondersteunende wezens sturen en kijken wat er bereikt kan worden. Geeft in elk geval ons voldoening niet helemaal voor niets naar boven en weer terug gegaan te zijn. (46.62665 / 10.879083)

’s Avonds een vraag aan Odilia: Weet jij hoe het komt dat Margrete vandaag zo’n merkwaardig gevoel in haar hoofd had, geen hoofdpijn, geen spanning, maar toch verstorend. Odilia: Ik heb aan jou gisteravond een suggestie gedaan voor een opstelling, weet je nog? Margrete is toen gelijk halverwege meegereisd naar mijn plek in de kosmos, en dat is blijven hangen. Ja, bij haar werken die dingen heel tegengesteld dan bij jou, maar dat was het. Dank je, ik zal het haar vertellen, ze zal er van opkijken. En ik heb eigenlijk nog een vraag voor jou: In de neolitische tijd was jij de leidende engel, heb je me uitgelegd. Mijn vraag is: wat deed je vóór die tijd? Afwachten en toezien hoe aarde en mens zich ontwikkelden om te zien of de ontwikkeling voor mijn cultuur rijp was. Ik: Dat klinkt alsof je eigenlijk niets deed, kan ik me nauwelijks voorstellen, toch? Odilia: Je zou het zo kunnen zien, als je gaat boetseren begin je eerst met de klei te kneden, dat is de voorbereiding hoewel je nog niet echt  van boetseren kunt spreken. Maar mijn eigenlijke taak begon pas toen mens en aarde er klaar voor waren.  

Zaterdag 19. De reiswezens klagen lichtjes over een saaie nacht: geen mensen in de buurt, en geen dieren, alleen maar appelbomen die reeds geplukt zijn en nu niets meer willen, alleen maar wachten tot ze geknipt worden (jullie noemen dat anders) en dan helemaal rust, nu zijn ze al half in rust. En de terreinbeheerder net zo, heeft heel hard gewerkt, wil nu alleen maar rust. Er waren wel paarden, die staan alleen maar te suffen, echt slapen doen ze nooit. Ik: en dromen ze, zie je daar plaatjes van? Nou, echt plaatjes zijn het niet, we noemen het alleen zo, eigenlijk zien we alleen maar licht, licht en kleur, en dat vertelen we in plaatjes zoals jullie het zouden zien. De meeste dieren dromen alleen maar een beetje over eten; paarden dromen over een grazige weide en over activiteiten met mensen. Eigenlijk is het geen echt dromen, meer mijmeren, net als koeien. Katten en honden, die slapen echt, katten dromen over muizen en vogeltjes, honden van op stap gaan met hun baasje, en vogels van door de lucht gaan, ruimte en weidsheid. Margrete wil weten of wormen dromen: dat weten ze niet, daar kunnen ze ook niet bij komen. Ik: onlangs bij de cursus fenomenologie hebben we proefjes gedaan met zwavel, hebben jullie dat gezien? Nee, toen waren we er niet bij, had je Dicky mee moeten nemen, die had dat heel leuk gevonden. 

En daarmee sloten we onze reis door Italië af, om onze reis met bestemmingen in oostelijk Zwitserland te vervolgen. Op weg naar Zuid-Oost Zwitserland, richting Luzern (Graubünden) nog zo’n drie uur westwaards rijden, want nu bevonden we ons zuidelijk van Innsbrück, Oostenrijk. Een prachtige route, schitterende landschappen, lieve kleine dorpjes en over de Albula Pas, met sneeuw, niet alleen ver weg op de toppen, maar ook vlakbij langs de weg; speciaal voor de reiswezens daar tien minuten pauze ingelast, ze zijn zo dol op sneeuwwezens, waren ze heel blij mee.



reisverslag 7

Zaterdag 12 oktober vroeg in de avond bereiken we Dolmen della Chianca, aan een stille weg even buiten Bisceglie, ten N.W. van Bari, de grote havenstad aan de oostkust, nog redelijk zuidelijk, voelt ook zo betreft het weer, nog steeds 24 graden en veel zon. Een vrij groot dolmen, wordt duidelijk aangegeven, goed beschermd. Ook dit lichtwezen voelt zich overrompeld, maar wil graag weer contact. Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar op onze reizen in andere streken / landen hebben we heel wat lichtwezens ontmoet die niet bereid waren tot contact met het Grote Lichtwezen, of wel omdat ze in pijn waren over het in de steek gelaten zijn, en soms ook nog heel woedend over zijn, en anderen hadden zo ver de hoop en het verlangen opgegeven dat ze in hun bewustzijn ver weg gezakt waren en met rust gelaten wilden worden. Zulke reacties hebben we op deze reis (inclusief Zwitserland) nog niet meegemaakt. Qua verslagschrijving lijkt dit wellicht wat eentonig, maar toch zeker niet vanzelfsprekend.
Tegenover dit dolmen ligt aan de weg een ruime parkeerplaats waar we zijn blijven slapen. De reiswezens hadden weer eens een saaie dag gehad en vroegen of ze weer ’s een feestje mochten bouwen; wat ons betreft prima als het onze nachtrust maar niet zou verstoren. Het zou anders lopen: wij hadden die nacht bezoek van enkele muggen, en van tijd tot tijd hielden we een muggenjacht en sloegen er op los, daarmee het feestje van de reiswezens geheel verstorend. Jammer voor ze maar voor de muggen voelden we geen medelijden, ondanks dat Odilia wel ’s gezegd had dat ook muggen lichtwezens zijn en nuttig in het grote geheel.

De reiswezens werden op andere wijze gecompenseerd: Margrete was boos dat ze niet de klamboe bij de achterdeur had opgehangen, op mijn instigatie overigens, want naar mijn idee komen muggen ook via openstaande zijraampjes binnen en heeft zo’n klamboe dan weinig zin. Ik dreef een beetje de spot met haar: Miss Klamboe miste haar klamboe, waar ze wel om kon lachen, maar toch enigszins agressief haar tanden in mijn arm zette. Een zgn. bijtsessie (kende ik onderhand wel van haar), maar dit was de eerste keer dat de reiswezens dit meemaakten en ze vermaakten zich er uitbundig en hartelijk om. Met name ook omdat ik me er wel tegen verzette om slachtoffer te worden van haar bijtlust. Wat een vermaak, en of ik vaker zo wilde reageren dat zij zou gaan bijten. ’s Ochtends hield het hun nog steeds lacherig bezig: Willen we vaker!!

Bij dolmen della Chianca stond een info-bord waarop nog drie andere dolmens stonden aangegeven, dus wij op zondagochtend op zoek, zonder coördinaten maar met google-maps, en met succes:
Vanaf de SP86 vonden we de bordjes volgend Dolmen Frisari aan de Carara Lama dell’ Aglio, eigenlijk geheel in stukken, maar wel beschermd achter een laag muurtje en onder een afdak. Eerst kort overleg met Odilia, de hartverbinding en toen: “Ik heb jullie nu al twee keer gehoord, dit maakt me nieuwsgierig en ongeduldig, dus snel contact”, en met heel veel dankbaarheid aan ons adres.

Dolmen Albarosa staat nergens aangegeven, maar m.b.v. druivenplukkers weten we het te vinden, en wil ook graag contact. Vertelt er nog bij: Hier komen nooit mensen.

Dolmen Paladini vinden we via google maps, waar al gemeld werd: waarschijnlijk nu gesloten. Klopt, en meer waarschijnlijk: altijd gesloten, met een groot hek, maar er vlak naast loopt een ingang met pad de olijfgaard in, en daar verderop is er geen scheiding meer tussen het ene en andere terrein, dus het dolmen eenvoudig gevonden. Groot, met aan drie zijden een hoog hek, de vierde zijde geheel open. Even overleg met Odilia, het lichtwezen heeft dit gesprek opgevangen en reageert: Vreemd, jullie praten met het Grote Lichtwezen, is ze er nog? Dan  wil ik ook contact met haar! Zo gezegd zo gedaan.

In dezelfde streek de plaats Barletta: Canne Menhir, groot en stevig, klassiek model, bijna 3 meter, aan de rand van een olijfgaard heeft aandachtig meegeluisterd en is heel nieuwsgierig en gretig.

Zelfde streek op een hoge berg, Monte Saraceno, het laatste stukje weg, smal, steil omhoog en slecht begaanbaar, vanaf de top de zee zichtbaar. We ontdekken al snel drie “gaten / graven” in de grond, denken dat dit het is, loop vanwege het uitzicht nog iets hoger en ontdek er nog vele meer, en nog wat later lopen we een andere kant op en ontdekken nog een veld met heel veel necropoli. Odilia is onder de indruk, deze is heel oud, dat dit nog bestaat! De naam: Necropoli Daumia bij Mattinata.

De volgende ligt in het binnenland niet ver van de stad Foggia, aan de Via San Severo, volgens onze info (megalithic portal) een henge (?). Toegangshek gesloten, we lopen in het donker over het omgeploegde veld ernaast, twee hondjes komen ons blaffend tegemoet, aan Margrete’s looptempo merk ik al dat ze “geleid” wordt, we worden opgewacht door een meneer die geen engels spreekt, voor ons het woord chiuso (gesloten) wel vijf keer herhaald, ik  probeer wat italiaanse en internationale woorden die weinig effect scoren, maar Margrete weet precies waar ze zijn moet, achter een huisje, ze kan het dus onmogelijk gezien hebben, loopt erheen, neemt wat foto’s, ik volg even later want het gesprek met de meneer leidt tot niets.
Wij hebben het gezien, wij hebben ons laten zien, nemen afscheid van de meneer (grazie, ciao!) en halverwege het omgeploegde veld vragen we contact met een contactwezen, die graag  meer wil weten, want zijn lichtwezen heeft wel iets bijzonders gevoeld bij ons. Wij leggen ‘m onze bedoeling uit, hij geeft aan geen beslissingen te kunnen nemen maar zal wel alles aan zijn lichtwezen melden. Als we bij de auto komen zeggen de reiswezens dat er al contact is tussen Odilia en het lichtwezen. Vlakbij op een weggetje een klein stukje het veld in (mocht de startmotor het niet doen dan is hulp nabij) gaan we slapen.

Even later twee autolampen die op ons schijnen: Staan we in de weg? (heel goed mogelijk, midden op het pad) of staan we op iemands erf? (weten we wel zeker). Nee, bezorgd of we problemen hebben en hulp nodig. Alweer: Va bene. Tutti oké! Buena Notte! Si, buena notte.

De reiswezens vinden weer dat ze een saaie dag gehad hebben (naar ons idee genoeg techniekwezens in de garage, maar die hebben niet echt hun belangstelling) en willen weer een feestje bouwen. Onze bekende voorwaarden, wij hebben een prima nachtrust genoten en horen de volgende ochtend dat het feestje mislukt is: het boomwezen van de olijfgaard had geen zin te komen en aan de andere kant een kaal veld, valt niet veel van te halen.

De volgende ochtend, maandag 14, start de auto direct, een Renault dealer in Foggia heeft pas volgende week tijd voor ons maar verwijst ons naar een Renault garage 20 km verderop. Ze spreken Engels, checken nog even of het niet de accu zou kunnen zijn, het is even onderhandelen en benadrukken dat we èn onderweg naar Nederland zijn, èn in de auto slapen en ‘m dus ook ’s nachts nodig hebben, uiteindelijk voor een kleine meerprijs kunnen ze ‘m dezelfde dag nog in orde maken. (de startmotor moet ergens opgehaald worden). Tussen de middag sluit de garage, hek op slot en alarm aan, ze bieden zelfs aan ons naar Foggia te brengen voor een restaurant maar we hebben al een kant en klare maaltijd bij ons (Margrete ’s ochtends al bereid) en mogen op het terrein verblijven. Om zes uur rijden we de auto weer de weg op om een flink eind te rijden richting onze volgende twee bestemmingen vlak onder L’Aquila, dat iets noordelijker ligt dan Rome, maar in het binnenland, zo’n drie uur in totaal, waarvan we er ruim één aflegden voor we een slaapplek kozen.

Dinsdag 15, twee uur rijden door Umbrië, prachtig landschap, we stijgen 1200 m voor Menhir Lu Termine, onderaan een redelijk vlakke hellingweide, volgens Odilia een heel oude “dat die er nog is, bijzonder!” Het lichtwezen zegt: Ik heb gewacht, wel heel lang gewacht, nu is het zover dus”. Ik had als representant mijn hand op de menhir gehouden en stond met ogen dicht. Ik wist niet wat me overkwam: ik voelde de menhir trillen alsof de aarde trilde, vertelde dit aan Margrete die zei: Dat heb ik ook gevoeld, de aarde trilde heel even. Meer kunnen we er niet over zeggen, maar nu dat ik dit beschrijf voel ik het weer helemaal terugkomen, zo bijzonder!

Fossa necropoli ligt iets noordelijker aan de Via Necropoli (de coördinaten van megalithic portal kloppen totaal niet), een groot afgegraven archeologisch veld, met vele menhirs, heuvels en necropoli (gaten /graven, sommige 2 m diep). Odilia verrukt natuurlijk, hier zijn er vele! Alleen twee problemen: gaat officieel pas om half vier open, maar onze inschatting is dat ie helemaal niet open gaat, en een stevig en hoog hek. Er achter ligt een bedrijfsterrein, toegangshek open en daar loopt verder geen hek. Dus vrij toegang, er vrijuit rondgelopen, alles bekeken en er contact gemaakt met een vertegenwoordiger die zelf enthousiast was en inschatte dat dit voor de meeste zou gelden, waarom niet!

Een half uurtje noordelijker wilden wij het oude centrum van L’Aquila bezoeken, dat bij een aardbeving in 2009 zo zwaar getroffen was. Vijf jaar geleden waren we daar ook, zo indrukwekend, veel grote en grootse gebouwen, banken, overheids-instellingen, kerken en een kathedraal stonden alle gestut, de meeste zonder ramen en zonder daken, je keek zo naar de hemel als je naar binnen keek, en geen enkele aanwijzing dat er iets hersteld ging worden. Berlusconi maakte prachtige beloftes, maar daar bleef het bij. Buiten de stad hele straten met opvang-container-woningen voor getroffen inwoners. Nu staat het centrum vol met bouwkranen, overal herstelwerkzaamheden en enkele gebouwen al helemaal pico bello hersteld, wat een opluchting! We vertrokken met een gerust hart dat het daar wel in orde zal komen, en we hadden voor onze volgende bestemming een aardige rit voor de boeg: nog 6 uur te gaan, in de buurt van Verona. Maar niet allemaal voor vanavond!

We hadden gepland nog een uurtje te doen van de zes uur, maar kwamen in de buurt van Ancona in een dicht bebouwd gebied, en zaten op een overvolle tolweg die alleen maar afslagen aangaf naar andere tolwegen en grote steden. Na bijna twee uur rijden zagen we iets dat op platteland leek en een afslag nar voor ons onbekende steden. Het lukte, we kwamen op het platteland, maar ook daar veel huizen langs de wegen; steeds maar kleinere weggetjes proberen, en daar troffen we een woning geheel in donker gehuld met daarachter nog een oud vervallen en verlaten woning; daar achter parkeerden we de auto voor de nacht. Tot onze schrik kwamen later wel de bewoners van de voorste woning thuis, lampen aan, en tot overmaat van ramp een hond! Gelukkig voor ons bepaald geen waakse, Margrete heeft ‘m geaaid en lief toegesproken en kwispelstaartend liep hij naar zijn baasje terug. Wat een opluchting!

De volgende ochtend al heel vroeg om zes uur opgestaan, stilletjes ingepakt en snel weggereden. De reiswezens vertelden trouwens dat er vijf (wij, jullie en Odilia) mensen in het huis waren, en hebben nog heel lang hun kwebbel gehouden, tot ineens: Nu mogen we weer hardop praten hè? Ze hadden het enorm spannend gevonden maar ook een leuk avontuur; vertelden zelfs dat mijn lichaamswezen zich niet zo druk had gemaakt, maar die van Margrete wel. Zo leer je nog ’s jezelf kennen!

Nog enige uren te gaan naar het noorden; van de wilde bloemen duidelijk minder kleurenpracht, van de bladeren van de bomen des te meer; eindelijk merken we dat het herfst is.

In het noorden gaan we een volgende keer verder, nog genoeg te beleven!

Ferry en Margrete

PS.  We zijn ondertussen al heel wat verder gekomen dan hier beschreven: we zijn ook al klaar met Oost-Zwitserland, hebben al een aantal bestemmingen in Zuid-Duitsland meegenomen, rijden vandaag (in de zon, gisteravond regen) naar Odilia’s ankerplaats op aarde, op de Odiliënberg in de Elzas om al onze verzamelde steentjes (Provence, Corsica, Sardinië, Italië en Zwitserland en dus ook een paar Zuid-Duitsland) neer te leggen, doen daarna nog wat bestemmingen aan die op de route naar Nederland liggen, maar we zijn dan in principe op weg naar huis en gaan niet al te veel moeite meer doen om weer een wifi-punt te vinden. M.a.w. dit zou wel eens de laatste reisbrief van onderweg kunnen zijn.

Van de verdere route maken we natuurlijk wel verslag, maar gaan we proberen dat vanuit thuis te versturen incl. de foto’s, leuk extraatje toch!

Overigens alle verslagen komen tzt met foto op de website en in onze nieuwsbrief. 

reisverslag 6

Enige dagen geleden hadden we die ontmoeting met een Etruskisch lichtwezen waarbij we het toen hadden over de leidende engelen van een cultuur-tijdperk. Dit gesprek bracht bij mij de vraag naar boven hoe het voor Odilia moest zijn om een richting-gevend engelwezen geweest te zijn en nu haar cultuur zich niet meer op aarde manifesteert, dus in wezen haar taak hierin kwijt te zijn. Haar reactie: Zoals het voor mij speelt is dat ik mijn taak als richtinggever nooit heb opgegeven, maar onverwacht abrupt ben kwijt geraakt; mijn cultuur van toen is op de achtergrond geraakt, maar nooit verdwenen en ik heb altijd geweten dat mijn verbinding met de megalieten een keer hersteld zou worden. Ik heb toen hiertoe een vraag de kosmos in uitgestuurd, en toen jij en Margrete met en bij de Odiliënberg contact zochten wist ik dat jullie het in je hadden om mijn verlangen te verwezenlijken. En daarnaast heb ik een vervolg-taak waar ik me nu mee bezig houd: het creëren van een nieuw bewustzijn in de mensen, een cultuur van het hart, waarin ook mijn oude – in jullie termen neolitische – cultuur, met de lichtwezens van toen, een belangrijke rol speelt. En daarin speelt Het Grote Licht, voor jullie Christus, een centrale rol, een cultuur waarin plaats is voor mensen van alle gezindten, dus net zo goed ook voor niet- Christenen, waarin geleefd wordt vanuit het hart met krachten als naastenliefde en empathie. Dit is mijn taak voor de komende tijd voor de aarde en haar bewoners.

Voor wie over dit onderwerp verder wil lezen : de boeken van Jaap Hiddinga, met name Transformatie naar nieuw leven en De laatste stap in bewustzijn, en van Nicolaas de Jong: Bewustzijn in het hart – 2012 en de nieuwe weg.

Op onze lijst staan in Puglia (de hiel) vier bestemmingen, alle vier vlakbij de kust en we besloten van zuid naar noord te werken en eerst door het binnenland via de stad Lecce naar het zuiden te rijden. Vlak vóór Lecce leidt de weg ons door Metagne waar we een bar met wifi treffen, handig om onze volgende nieuwsbrief te versturen. In Lecce lopen we een rondje door het centrum, dan rijden we verder zuidwaarts tot we onverwachts een bordje richting Dolmen Li Scusi zien, één van onze bestemmingen. Even later staan we bij een mooi hunebed, maken contact met het lichtwezen die te kennen geeft graag weer in verbinding te komen met het Grote Lichtwezen, maar er eigenlijk niet klaar voor is. “In jullie woorden zou ik zeggen dat ik nog eerst nette kleding wil aantrekken; onzin natuurlijk, ik heb helemaal geen kleding, maar zo voelt het wel. Maar goed, wij werken met licht, en ik ben ook reuze nieuwsgierig, dus vooruit, dan maar ook nu direct. En ik voel me naar jullie toe zeer erkentelijk, prachtige taak die jullie op je genomen hebben”.
Bij Li Scusi staat een uitgebreid info-bord waar op te lezen valt dat er in Puglia 26 dolmens en 72 menhirs zijn. Tevens een plattegrond van vier in de nabije omgeving; heel wat meer dan op ons lijstje, maar die zonder lichtwezen vallen natuurlijk af (b.v. omdat ze verplaatst zijn). We voegen deze vier toe aan onze lijst, misschien komen we ze nog tegen.

Toch door naar de zuidelijkste, menhir Diso, merkwaardig in T- vorm, vlak langs een achteraf weggetje; lijkt enigszins bedreigd omdat tot vlakbij een muurtje is gebouwd; wordt dat nog doorgetrokken dan zou dat waarschijnlijk zijn plaats kosten. Odilia heeft van de deva vernomen dat dit inderdaad de bedoeling was, maar dat de overheid hier heeft ingegrepen: het muurtje mocht niet langer worden! Ook vertelt ze dat deze al heel oud is, en de steen ondanks zijn rare onnatuurlijke vorm toch natuurlijk is. Het lichtwezen voelt en klinkt wat mat: hij weet dat ie bestaat, beseft dat ie op onze vragen reageert ”maar het dringt eigenlijk niet echt tot me door. Het komt wel in orde, ik wil graag weer contact; eigenlijk is het allemaal geweldig, maar ik kan het niet bevatten, dank”.

10 Oktober overnachten we in de baai van Porto Badisco, heerlijk geluid van de branding; onze reiswezens ook weer blij, heerlijk spelen met de brandingwezens!
Maar Margrete voelde aan ze dat er iets speelde….en dat was eigenlijk merkbaar na mijn gesprek met ze toen ze een beetje klaagden dat ze het soms nogal saai vonden. In die dorpse omgeving troffen ze namelijk geen interessante reiswezens, de mensen daar hadden veelal nauwelijks gereisd. Ik had ze toen de suggestie gedaan dat ze er wellicht goed aan deden iets van hun eigen licht, zo vol van vele reizen, aan die arme saaie reiswezens af te geven, zodat die zich daaraan konden laven. Ze hadden dat wel opgepakt, maar voelden zich er toch bezwaard over: konden die reiswezens die nieuwe indrukken wel aan, want hun bezitter deed er toch niets mee, en zo zou er wrijving kunnen ontstaan. Dit vond ik een heel zinnige beredenering en heb toen de vraag aan Odilia voorgelegd. Zij vond dit een boeiend moreel vraagstuk, begreep mijn argumentatie volledig, maar, zo zei ze, zo zou dat in jullie mensenwereld heel goed werken, maar bij reiswezens is dat anders. Als zij tzt ophouden te bestaan bij jullie overlijden, dan nemen ze alle opgedane kleur-schakeringen mee naar de bron (of groepsziel) en hun inbreng daar komt dan ten goede aan alle reiswezens, ook de zgn. saaie. Als zij nú hun licht zouden afstaan zou dat dus dubbelop zijn, dus overbodig. En wat zij ook al een beetje aangeven, een saai persoon met een saai reiswezen (om maar even in hun termen te spreken) die kunnen niets met de toegevoegde licht-energie, sterker nog, daar zou frustratie optreden want die extra energie past er niet bij. Dus boeiend thema, het stukje morele overweging is zeker een verrijking voor ze, maar je menselijke redenatie gaat hier voor reiswezens dus niet op.

Zoals altijd als Odilia spreekt luisteren de reiswezens mee (om te genieten van haar mooie licht), dus dit antwoord kregen ze nu ook mee: Hier zijn we blij mee! Nu hoeven we niet meer ons licht af te geven, wat een opluchting, we hebben ook nog nooit reiswezens ontmoet die licht afgeven, dat voelt niet als onze taak, we nemen alleen maar licht van anderen mee, zo gaat dat altijd! Fijn jongens, dat dit voor jullie opgehelderd is, het was maar een idee, maar blijkt niet te kloppen, dus laat maar los. Ja, wij gaan weer spelen!

Dit gesprek bracht me op nog een andere vraag: hoe lukt het de reiswezens altijd aanwezig te zijn bij onze gesprekken met Odilia? Vaak zijn ze op zo’n moment elders bezig, en toch zijn ze er altijd als de kippen bij! Hun antwoord: Er is altijd wel een contactwezen in de buurt en die waarschuwt ons dan. En waar komt zo’n contactwezen dan vandaan en hoe weet ie dat jullie gewaarschuwd willen worden? Weten we niet precies, maar er zijn er altijd wel een paar in de buurt en misschien dat ze het kunnen zien aan ons licht, meer weten we ook niet. Wat heerst er toch een sterke broederschap in de etherische wereld, om van te dromen!

Brengt me weer op een ander onderwerp: we hebben nu al twee maal meegemaakt dat we ’s avonds gingen slapen en er een auto op ons afkwam. Wij dachten natuurlijk dat het gaat omdat we op iemands privé terrein stonden, of zelfs dat ze er langs wilden en wij in de weg stonden. Maar nee, ze kwamen kijken of alles goed was, geen problemen? Va bene? Si, va bene! Oké! Buena notte! Wat een zorgzame mensen zijn er toch. Doet een mens goed, hoewel we wel in onze slaap werden gestoord.

Dolmen Grassi in een olijfgaard, nauwelijks herkenbaar als hunebed, eigenlijk een restantje stenen, maar het lichtwezen is er nog, alleen niet erg helder, weet niets, maar stemt wel in met ons voorstel om weer verbonden te worden met het Grote Lichtwezen.

Wat op onze lijst vermeld staat als menhir Groce Caduta blijkt alleen een gedenksteen aan ‘m te zijn; voor zover ons Italiaans reikt staat er dat hier vroeger een menhir heeft gestaan en er wordt een museum genoemd. Natuurlijk geen lichtwezen meer. Een lange zoektocht over stenige paden door olijfgaarden. Eigenlijk waren we op zoek naar dolmen Stabile, die we niet konden bereiken omdat we de weg te slecht vonden, en heel toevallig troffen we Groce Caduta. En grappig genoeg troffen we ‘m de volgende dag via een andere weg wel; weer een aanwinst voor Odilia.

Bij Peschio o Pesco konden we niet verder, de weg hield er op, maar aan de overkant van het veld zagen we in de verte links twee of drie menhirs, en iets meer naar rechts moest er een dolmen liggen, dat we in de verte meenden te kunnen zien, en nog verder naar rechts nog een megaliet. Maar zeker wisten we op zo’n afstand niet. Ik heb Odilia door Margrte’s ogen laten kijken, op die manier kan zij dan invoelen, alleen moet ik dan Margrete bijdraaien zonder dat zij dit zelf bemerkt, wat een grappig resultaat oplevert als Margrete dan weer haar ogen opent en ontdekt dat ze een heel andere kant opkijkt dan ze eerst deed. Hoe dan ook, Odilia kon op deze manier in de verte waarnemen dat er voor haar wel iets interessants lag aan de overkant van het veld en zou met de deva/landschaps-engel verder zoeken. De naam: Orfino dolmens.

Vanuit het gehucht Giurgidignano loopt er een Percorso Megalitica (was wel even zoeken, diverse inwoners gevraagd naar megalieten, niemand enig idee). Als eerste komen we langs een hypogeum (ondergrondse cultusplaats). Het lichtwezen spreekt niet maar geeft alleen hoofdgebaren, moet erg wennen aan contact met mensen, maar reageert wel heel duidelijk positief op de vraag of hij/zij weer contact wil met het Grote Lichtwezen van vroeger.

Even verderop een vierkante paal (volgens Odilia wel natuurlijk gevormd), menhir Vicinante 1, het lichtwezen enerzijds vol ongeloof, maar aan de andere kant: zo’n verhaal kan niemand zo maar verzinnen, “dus ik moet het maar geloven”.Even verderop zien we menhir Vicinante 2, ook vierkant, en staande bovenop een dolmen, ook vol ongeloof, “maar doe maar toch”. En verder rijdend over smalle weggetjes langs olijfgaarden stuiten we ook nog op Dolmen Ore; het lichtwezen vermoedde al iets, vindt de herverbinding met het Grote Lichtwezen wel ingrijpend, had graag wat meer tijd gekregen, maar toch heel graag.

Chiancuse Dolmen, helemaal achterin de olijfgaard, totaal omgeven door braamstruiken, we parkeren er vlak naast. Odilia geeft aan: ver weggezakt, maar probeer toch maar. Het lichtwezen: Ik ben er wel degelijk, alleen in ruste, ik lig hier maar, goed beschermd en verscholen achter een braamstruik, maar jij hebt mijn steen gezien. Het contact met het Grote Lichtwezen is heel abrupt afgebroken, dat moet wel heel pijnlijk voor haar geweest zijn, en voor mij ook. Dat ze nu weer contact met me wil ontroert me enorm, ik voel me wel overdonderd, zo snel ineens, zou enerzijds willen dat het langzamer kan maar tegelijkertijd wil ik geen minuut langer wachten, en dan te bedenken dat ik geen tijd ken! Wel heel veel dank aan jullie, heel veel dank!

Het is daar een heerlijk rustige omgeving, mooi weer, we besluiten er een lange pauze te houden, en uiteindelijk er te blijven overnachten. We staan weliswaar in iemands olijfgaard, maar goed verscholen en doen er niemand kwaad mee. ’s Nachts om 4 uur zijn we even wakker, de reiswezens: Mogen wij wat vragen? Er is bezoek, en hij wil contact, de terreinbeheerder of zoiets. Ik: Ben je er? Mmm. Je wil contact? Ja. De eerste keer dat je met mensen praat? Ja. Nogal wennen zeker? Ja. Heb je vragen? Nee. Je bent de beheerder van dit terrein, begrijp ik ? Ja, ik zorg voor de bomen, die zijn heel oud. En ik probeer meer bloemen te krijgen, dat lukt alleen vlakbij de braamstruik, het veld wordt steeds gemaaid. Zorg je ook voor het muurtje om het veld heen? Nee, daar zorgt een steenwezen voor, die waren er al eerder dan de bomen. Weet je ook van het lichtwezen? Ja, die is nog veel ouder, was er al toen ik kwam, ik bescherm ‘m met een braamstruik, hij is al beschadigd en anders hadden ze ‘m nog meer beschadigd. Door de huidige eigenaar? Ja, die wilde ‘m weg hebben; jullie hebben iets gedaan daar, hij heeft heel lang op iets gewacht en nu is het er. Klopt, daarvoor zijn we speciaal gekomen, wij vertrekken straks weer, blijven hier alleen slapen; weet je wat dat is, slapen? Nu wel. Mensen slapen normaal in hun huis, huizen kun je verderop zien. Ik niet, ik ken alleen dit terrein. Er is iets met die steen, hij voelt verdrietig, wat is ermee? Hé, nu heb ik toch een vraag! Het is een kristal die voor die verbinding zorgt, maar toen ik ‘m naar binnen gooide heeft ie eerst de steen geraakt en zijn er een paar stukjes afgesprongen. Hoort ie bij het lichtwezen? Ja, hij is heel belangrijk voor het lichtwezen. Dan zal ik ‘m ook beschermen. Graag. Zo is het genoeg. Fijn je gesproken te hebben, dag. Dag.

Langs weggetje SS16 ontdekken we nog een menhir bovenop een dolmen. Het lichtwezen begint uit zichzelf: Ik ben er, heb net iets gehoord (klank bij de hartverbinding) en dat heeft me nieuwsgierig gemaakt. Wij vertellen onze bedoeling. Wauw! Leeft ze nog? Geweldig allemaal, echt geweldig, dank!
De auto heeft even moeite met starten, dan is er toch iets aan de hand, de accu is pas nieuw, de startmotor? Margrete test een ja; volgende vraag: doen we goed aan ‘m z.s.m. te vervangen? Ja. Kan ie nog een paar dagen mee als we op droge ondergrond overnachten? Ja. Fijn, want het is vrijdag, maandag in een stad een Renault garage opzoeken!

Aan de noordkant van dit gebiedje bij Melendugno zoeken we nog twee dolmens: Placa Dolmen, in een olijfgaard, heeft ons gesprek met Odilia gehoord, en “dat roept iets wakker”, maar het Grote Lichtwezen terug? Na ons verhaal aangehoord te hebben reageert het lichtwezen: Jullie spreken met kennis van zaken, dan moet het wel kloppen; bovendien neem ik waar dat jullie van heel ver komen speciaal voor deze opdracht, ik ben jullie zeer erkentelijk, hoe kan ik jullie danken? Margrete: maak maar contact, dan is voor ons deze missie geslaagd. “Dat voelt kloppend, dank”.

Vanaf de toegangsweg SS16 geeft een bordje het Gargulante Dolmen aan, we zitten dus in het goede gebied maar dan nog blijkt een hele zoektocht door allerlei wegen en paden door en langs muscaat-druivengaarden, en gelukkig is het oogstseizoen, we moeten diverse keren vragen en komen steeds een stukje naderbij, tot tenslotte we op het pad staan waar het zijn moet, maar we zien het dolmen nog steeds niet. Iets verderop zien we twee steenhopen liggen, zouden dat de restanten zijn, of ligt het daar achter dat bosschage? Margrete zegt: Ik ga wel even kijken; ik ben nog bij de auto bezig; ze blijft langer weg dan ik had verwacht, tot ik haar hoor roepen, ik kijk om, zie haar bij het bosschage vandaan komen, wat moeilijk lopend, loop haar tegemoet. Ja, ze heeft het dolmen gevonden, heeft zich a.h.w. laten leiden, maar dat leiden ging nogal krachtig en dwingend, heeft zich bij het bosschage naar binnen laten duwen is toen van een flinke steen het lege graf ingevallen, heeft me van daaruit geroepen, maar dat heb ik niet gehoord, is er toen uitgeklauterd met gekneusde rug en hand en nog wat schrammen hier en daar, en ook heel erg geschrokken. Wat is er precies gebeurd? De contactwezens van het lichtwezen daar hadden ons al eerder waargenomen van de andere kant, maar daar zagen we alleen een dichtbegroeid hek, zijn toen rondgereden naar deze kant, en hebben ook hier nog enige tijd rond gekeken voor we deze plek opzochten. Het lichtwezen had gevoeld dat er iets speelde en heeft zijn contactwezens duidelijk geïnstrueerd ervoor te zorgen dat we het dolmen zouden vinden. Wel, zij zijn duidelijk geslaagd in hun opdracht, en zodoende kon het lichtwezen weer met het Grote Lichtwezen verbonden worden. Onze missie dus ook geslaagd, zij het met een wat hoge prijs voor Margrete. En niet alleen onze missie voor dit dolmen, maar voor heel Puglia!

Verder naar volgende bestemmingen in de buurt van Bari, heel wat noordelijker aan de oostkust. Maar dat komt in een volgende nieuwsbrief.

Tot later,


Ferry en Magrete

reisverslag 5


Toscane, glooiende landschappen met veel elegante cypressen. We kozen voor enkele open lucht beeldenparken. Als eerste Chianti, in de gelijknamige streek, een rondwandeling van een uur. Vervolgens naar het prachtige landschapspark van Daniel Spoerri, waar ik de laptop kon opladen, en er was ook nog wifi, dus eindelijk onze eerste nieuwsbrief versturen, dachten we. Het adressenbestand staat in Mailchimp, een handig systeem, maar ondanks het juiste wachtwoord kon Margrete er niet in komen. Heel frustrerend! Wel deden we een boeiende opstelling bij een gespleten olijfboom, waar de twee binnenkanten met bladgoud waren bedekt. Een schitterend gezicht, zeker met het blakende zonlicht erop. We stelden ons voor; was hij zich bewust van het bladgoud? Een gebaar van onverschilligheid. Blij met zo veel aandacht? “Ach”. Er last van? Hoofdschuddend van nee. Tevreden met zichzelf? Handgebaren wijzend op zijn vruchten rondom. Last van ouderdom? Nee! Contact met andere bomen? Nee, weer wijzend naar zijn vruchten. Helemaal ingesteld om olijven voort te brengen? Heftig ja schuddend, met een blij gezicht. Leuk om zo met mensen te praten? Schouderophalend van: Niet mee bezig. Dank je wel.

Cosa Ansedonia aan de kust, een archeologisch terrein waar we geen neolitische overblijfselen aantreffen, wel restanten van een stad uit ca. 200 jaar voor C. Het stikt er van de muggen, ik vertel Margrete dat ze moet kijken naar de verschillende bouwtechnieken van de muren, waarover ik op info borden heb gelezen, maar ze reageert bozig, denkt dat ik haar in het ootje neem. We gaan terug naar de auto (minder muggen) en maken contact met Odilia, die aangeeft dat er verderop wel degelijk neolitische restanten waarneembaar zijn, maar we zijn dichtbij genoeg om daar bij de auto contact te maken. Ze vertelt dat er een soort terreinbeheerder-wezen naar ons onderweg is die ons wel verder zal helpen. Even later voelt Margrete zich aangesproken: Hebben we contact met een soort terreinbeheerder? Zo zou je mijn taak kunnen omschrijven ja. Jullie hebben geen belangstelling voor mijn cultuur? Ik: Eerlijk gezegd niet, nee, we komen voor de neolitische cultuur. Dan hoeven jullie in wezen ook niet mijn terrein op, want er is een contactwezen van de neolitische cultuur met me meegekomen, en dan kunnen jullie dat verder met hem regelen, dan zijn we gauw klaar. Ik leg het contactwezen van het lichtwezen verderop onze bedoeling uit, hij zegt zelf geen beslissingen te nemen, herinnert zich het Grote Lichtwezen van vroeger wel, en zal alles doorgeven aan zijn lichtwezen. We danken hem en nemen afscheid met een beetje vreemd gevoel; tevens vragen we ons af of de muggen in dit geval een bewuste rol spelen of puur toeval zijn. Ook de irritatie van Margrete over mijn uitleg over de muren roept vragen op, maar daar laten we het bij. We hebben nog meer te doen.

Even ten westen van het meer van Bolsena ligt Sovana, een groot complex graftombes uit diverse tijdperken, in elk geval ook neolitisch (dus uit de tijd van Odilia). We namen al snel contact op met haar, maar zij gaf aan dat we eerst verder konden verkennen en op geschikt moment zich zou laten voelen. We bewonderen diverse bouwwerken met daarin en vaak ook eronder graftombes, en liggen ook enkele heel mooi uitgesleten holle wegen met soms in de wand ook nog kleine tombe-achtige uithollingen. Bovenaan bij een zonnige weide aangekomen laat Odilia zich voelen, of we hier de steen willen achterlaten, en ter plekke twee steentjes willen meenemen om op haar ankerplaats, de Odiliënberg te plaatsen, hier ook de hartverbinding te doen en een vertegenwoordiger van de lichtwezens uit te nodigen, die dit keer zich niet geheel overrompeld voelt omdat ie door de reiswezens al aardig is ingelicht, maar nu wel zo spoedig mogelijk het contact wil aangaan. Even verder langs de weg ligt nog een ander deel, met boeiende in de rotsen gelegen ruimten en tombes.

Il Giardino dei Tarochi (Tarot Tuin) van Nikki St. Phalle, (nu een expositie van haar in Museum Beelden aan Zee, Scheveningen!) we waren er een paar jaar geleden al geweest, maar ook bij een tweede ontmoeting weer heel verrassend, en vrolijk makend, al die gekke vormen, felle kleuren, en dan in haar vroegere woning wanden vol mozaïek van spiegeltjes, om gek van te worden om daar te wonen lijkt ons, maar om even in rond te kijken heerlijk duizelingwekkend spiegelend. Ook onze reiswezens weer heel tevreden met al die beeldenparken, veel bezoekers, dus veel reiswezens om mee uit te wisselen. Ze hadden contact gemaakt met wezens uit het park en ze beloofd dat wij er contact zouden maken. We gingen zo op in de beelden dat we het bijna waren vergeten, dus ze herinnerden ons eraan. Aldus een opstelling bij een 4 m hoog beeld van een kleurrijke vrouw, natuurlijk met grote blote borsten (zoals alle vrouwenbeelden daar) waar een felgroene slang omheen kronkelde die in haar linker borst beet. Zoals gebruikelijk ons voorgesteld en Margrete als representant. Mogen we contact? Ja. Ben jij je bewust wat je uitbeeldt? Haalde haar schouders op. En dat je felle kleuren hebt? Idem. Naar je zin hier? Jaaa! Hoe voel je je? Héél vrolijk. Ben je je bewust van andere beelden hier? Mmm. Leuk om aandacht te krijgen? Ik ben hier om gezien te worden. Heb je vragen? Ja, komt de stille tijd al gauw? Je bedoelt de winter wanneer het park dicht gaat en er geen mensen meer komen? Ja, maar er komen dan wel mensen voor onderhoud. Gaat spoedig komen, ja. Dank je.

Wat meer landinwaarts ligt het plaatsje Bomarzo, met de Tuin der Monsters, in een bos-achtig park liggen dan wel staan uitermate merkwaardige en grote beelden van allerlei monstrueuze figuren, daterend uit de 16e eeuw. Weer een heerlijk uurtje wandelen om erna in het cafe met wifi onze eerste nieuwsbrief te versturen.

Iets zuidelijker ligt Ceveteri, met twee delen Via Cava’s (lange weg met aan weerszijden grafheuvels met daarin open en toegankelijke tombes), werkelijk indrukwekkend, zeker wel honderd, misschien wel tweehonderd! Het deel langs de weg afgesloten voor publiek, maar het deel verderop, groot genoeg om de weg in kwijt te raken, open voor publiek. Odilia wil dat we er eerst wat rondlopen en wezens “opdoen”. Ze vreest nl. dat hier een zelfde gebeuren zal plaats vinden als in de vorige. Ook hier is haar cultuur visueel weggedrukt door de veel latere Etruskische; uiterlijk zijn veel Etruskische stijlen te zien, maar we ontdekken ook ondergrondse grafkelders die veel ouder, maar minder gestyleerd zijn, mogelijk neolitisch. Op een stille plek spreekt Odilia ons aan: Dit is een geschikte plek. We doen er de hartverbinding, en even later voelt Margrete zich aangesproken. Het blijkt een vertegenwoordiger van de Etruskische cultuur te zijn, die echter ook vol respect over de neolitische cultuur spreekt, er ook begrip voor heeft dat we daarvoor zijn gekomen en niet voor de zijne. Als we vertellen dat we wel degelijk zijn cultuur hooglijk waarderen reageert hij vereerd. Hij vertelt ook veel begrip te hebben voor de pijn en het verdriet van de neolitische wezens die hun leidende engelwezen heel onverwachts zijn kwijt geraakt. Hij vertelt dat zijn cultuur weliswaar ook in onbruik is geraakt en door nieuwere vervangen en soms verdreven, maar zij hebben nog altijd contact met hun leidende engel, en dat maakt een groot verschil. Er is een woordvoerder van de neolitische cultuur bij hem en laat ons daarmee contact maken. Dan volgt onze gebruikelijke uitleg over de terugkeer van het Grote Lichtwezen, het gevoel van overrompeling maar ook het heftige verlangen om zo snel mogelijk weer in contact te komen met hun Grote Lichtwezen. Dan eindigen we het gesprek zodat Odilia het contact kan overnemen. Margrete als representant voelt dan nog even hoe het Etruskische lichtwezen onder de indruk is van Odilia’s licht, nog veel groter dan het licht van hun eigen engel, diep onder de indruk, en beseft daarmee ook nog meer wat een pijn het gegeven moet hebben zo’n groot lichtwezen te zijn kwijt geraakt.

De volgende ligt heel veel zuidelijker, ver voorbij Rome, Napels en Sorento, al aardig in het zuid- oosten, eigenlijk waar de hiel van Italië begint, Casal Sabini bij Altamura en Santeramo, d.w.z. 5 uur rijden verder. Blijkt tot overmaat van ramp niet te vinden, ook niet voor Odilia samen met de deva.

We rijden verder de hiel van Italië in, en vinden een rustige slaapplek op een paadje naar groot veld zonnepanelen. Hoe is het om vlakbij zonnepanelen te slapen, vragen we Odilia: Zonnepanelen bevatten een bepaald soort techniekwezens, die daar vrijwillig en met volledige toewijding hun taak doen, dus niets negatiefs, zoals je vraag enigszins suggereert.
Wel gaat er een enigszins zuigende werking van die panelen uit, maar alleen als je niet lekker in je vel zit zou dat enige invloed op je kunnen hebben. Vaak lopen er dieren (schapen, geiten) rond, die hebben er totaal geen last van, maar wellicht zijn er dieren die er gevoelig voor zijn, die zullen zo’n veld wel mijden.

Dus mooie dromen! We hebben er inderdaad prima geslapen.

We zakken verder Puglia, de hiel van Italië in, waar voor ons en Odilia veel te doen is, maar dat voor een volgende keer. Ondertussen is het nog steeds heerlijk vakantie-weer, elke dag zon en 24 graden.

Tot later,

Ferry en Margrete

Reisverslag 4

REISBRIEF 4
Aan de overkant van dezelfde parkeerplaats, bij een agriturismo omhoog voor Bric-le-Pile, Sanguineto, maar google-maps wil ons nog bijna 4 km steil omhoog laten lopen. Dan eerst maar even vragen bij de agriturismo, de mensen hebben er nog nooit van gehoord en weten ook van geen dolmen daar omhoog. Dochterlief belt nog naar vriendje Thomas, die beter Engels spreekt, maar weet er ook geen dolmen. Overleg met Odilia die met de deva op zoek gaat. Even later bericht dat ze daar hoog iets heel ouds hebben gevonden, reeds lang ver weggezakt, maar voor ons beslist onbereikbaar; ze heeft twijfels of het gaat lukken deze nog tot leven te roepen, maar geeft de hoop niet op al zal dit zeker veel tijd vergen. Wij kunnen verder gaan en deze plek los laten.
De volgende in Ligurië (de regio west van Genua), hoog boven Arma Strapatente, nabij Orco-Feglino, eigenlijk de achterkant van de berg van de vorige plek, een bijna volle parkeerplaats, veel bergbeklimmers. In de rotswand gaten, grotten misschien, waar de neolieten hun opbaringen / voorouder-inwijdingen lieten plaats vinden, voor ons moeilijk voor te stellen in zo’n hoge rotswand. Maar liep er 5000 jaar geleden wellicht een pad, nu weggespoeld door de rivier? In elk geval kunnen wij er niet bij, maar Odilia en de deva aldaar welzeker. De ceremonie met de steentjes, de hartverbinding en het lekkers voor de natuurwezens (honing, chocola, tabak en rode wijn) doen we bij de parkeerplaats.
Op naar Alpicella, Ceresa, ook in de bergen, maar met de auto konden we niet verder. Er was daar een man aan het werk, die vertelde ons nog een kwartiertje verder te lopen. En verderop lagen er grote stenen langs het pad. Restanten van dolmens? Aan de reiswezens gevraagd of ze er lichtwezens konden waarnemen. Nee, niets! Nog verder lopen? We besloten tot overleg met Odilia die vertelde dat de stenen daar inderdaad restanten van hunebedden zijn maar nog wel met lichtwezens, alleen waren die zo ver weggezakt dat ze voor de reiswezens niet meer waarneembaar waren. Geen contact maken, maar alleen de hartverbinding om ze heel zachtjes terug te roepen, maar verder met rust laten; wel steentjes en lekkers, en dat laatste om de natuurwezens die met hun betrokken zijn aan te moedigen ze te blijven ondersteunen. De reiswezens nu hadden het idee dat ze iets fout hadden gedaan, maar we hebben ze er stevig van overtuigd dat dit beslist niet het geval was en dat we hen absoluut niets verweten. Terug naar de bewoonde wereld, Varazze aan de kust, in de Coop genoten van een heerlijke warme maaltijd.
Dan weer de bergen in, naar Monte Beigua nabij Alpicella, een 100 m lang pad, Strada Megalitica langs de Bric Grippina Heuvel, er schijnt ook een fontein te zijn. Maar het liep anders: op 3,3 km afstand van deze bestemming geeft mijn gps aan rechtdoor te rijden; de weg houdt echter plotseling op, voor ons staat een huis met smalle voortuin, en daarvoor een grote diepte. Ondertussen sta ik op een kleine parkeerplaats waar geen ruimte is om te draaien, de weg achter me loopt naar beneden, dus niet te zien in mijn spiegel. Ik verken de parkeerplaats van het huis achter me, waar ook zonder drempel een grote diepte aan grenst, kies voor een veilige draai maar er is wel hoogteverschil tussen de weg en de parkeerplaats. Ik schat in dat mijn bumper het wel haalt, maar helaas, de linker hoek scheurt los. Ik kan er wel mee rijden en weer beneden in Varazze zoek ik reparatie voor de bumper. Drie garages later vind ik eindelijk ergens achteraf een carrosserie-bedrijf. Het is half zes vrijdagmiddag, de man begint direct aan mijn bumper en om zes uur zit ie weer vast. Aan de man’s inzet kun je merken dat hij zijn werk met liefde en toewijding doet. De reiswezens hadden dit ook waargenomen (konden ze zien aan zijn licht!) en waren ervan onder de indruk “bijna had hij de auto gezoend, zo toegewijd was hij”. Wat een bof,nog voor het weekend weer in orde. Odilia: daar hebben wij hard aan meegewerkt, ook in ons eigen belang! Monte Beigua hebben we verder maar gelaten, spijtig voor Odilia.
Menhir Clan da Munega (= nonnenveld) in Sant’Ambrogio staat op een heuveltje hoog boven de snelweg en aan de andere kant is dit een nogal achteraf gelegen onopvallende verhoging langs een stille weg en ook nog achter een hek vanwaar wij ‘m benaderen. Hij heeft een weids uitzicht over de Golf van Ligurië aan de ene kant en op een berg aan de land-kant. Odilia is zeer bezorgd over de herrie en vraagt ons alleen de hartverbinding te doen, de steentjes en het lekkers. Als ze uitgesproken is zegt ze: Ach, probeer toch maar contact te maken, wie weet lukt ’t wel. En of het lukt! Hij is sterk en helder aanwezig, de herrie vindt ie inderdaad zeer storend maar hij geniet van zijn uitzicht, fijn voor zijn werking. Hij heeft vragen over hoe wij ‘m gevonden hebben en van ‘m af weten, vindt het idee van Odilia om vannacht langs te komen voor contact als het wat stiller is prima, maar voegt er even later aan toe: Ach, ik ben toch wel heel nieuwsgierig, laat ze zich nu maar vast een beetje zien, dan weet ik zeker dat jullie hetzelfde Grote Lichtwezen bedoelen als ik; het is op zich al bijzonder dat jullie met deze boodschap komen, maar ik heb graag zekerheid. En heel veel dank.
Faiallo Menhirs, (Faie = fee) de laatste in Ligurië, ver weg in de bergen, al een aardig eind richting Genua, geeft prachtige vergezichten over bergen en later ook een stadje aan zee, laat op de avond met veel verlichting in het verder donkere landschap en de zee, letterlijk en figuurlijk schitterend! We kijken uit op een diep dal en hoge berg, ergens in dat dal staan de menhirs; we zien alleen maar bomen, niet eens een pad. Gelukkig geeft Odilia al spoedig aan daar m.b.v. de deva wel enige lichtwezens te kunnen bespeuren, de steen kunnen we het dal in werpen. Vlakbij ligt er een beschut picknickveldje, dat wordt onze overnachtingsplaats.
De reiswezens klagen een beetje dat ze een heel saaie dag hebben gehad en wel zin hebben in een feestje, hebben we er bezwaar tegen? Als wij maar rustig kunnen slapen! Ze hebben ook al overlegd met het autowezen en die heeft er geen bezwaar tegen. Ze gaan veel wezens uitnodigen om te laten zien wat een rare wezens wij mensen zijn. Ik ging eerst aan ons reisverslag schrijven, Margrete haar boek lezen; de auto vulde zich voelbaar. Bij ons avond-contact met Odilia merkte ze direct op dat we een volle auto hadden. Eenmaal in bed besloot ik een grapje met de wezens uit te halen en begon hardop tegen ze te praten: hebben jullie het naar je zin? Margrete kent het spel natuurlijk, en pakte direct haar rol als representant op en maakte een klein geluidje. Ik: Hé jij daar, jij die reageerde, hebben we contact? (en daarmee heb ik ‘m dus gevangen, en moest ie dus reageren: (met een piepstemmetje) Nee. Ik: Jawel, ik hoorde je. Kom jij hier uit de omgeving? (alweer heel pieperig) Ja. Heb je ooit eerder met mensen gesproken? Nee. Ik: Leuk? Nee! Je doet ’t wel. Nee! Ja hoor, ben jij soms een plantenwezen? Ja. Plantjes hier in het veld? Ja. Ook bloempjes? Ja. Eén bloem of meer? Meer. Gaat ’t dan wel goed met ze als jij hier nu in de auto bent? Doe ik met anderen samen. Vind je het nog steeds eng met ons te praten? Ja! Ben je bang dt we je lang vasthouden? Ja! Doen we niet hoor, zullen we je nu laten gaan? Ja! Zo gezegd, zo gedaan. Het was ondertussen een stuk leger in de auto. Tot onze verrassing kregen we nog een vrijwillige aanmelding voor een gesprek, van een boomverzorgerwezen: Ik ben wel nieuwsgierig om met jullie te praten, en zij (de reiswezens) zeiden dat ik het kon, wil ik wel ’s ervaren. Wat leuk, welkom. Heb je net het gesprek met het plantwezen gehoord? Ja. En gerustgesteld dat we je op tijd vrij laten? Ja. Mogen wij jou wat vragen? Goed. Ben jij het wezen van één boom? Nee natuurlijk niet want dan had ik niet weg gekund. Dus jij gaat over meer bomen? Zo’n beetje het hele terrein hier. En kun je dan wel weg? We zijn met meer, ik ben om zo te zeggen het opperboomwezen. En ga je over verschillende soorten bomen? Ik snap je niet. Er zijn b.v. toch loof- en naaldbomen? Weet niet waar je het over hebt, bomen zijn bomen, ieder heeft zijn eigen licht. Ga je dan ook over de sapstromen in de bomen? Natuurlijk, anders gaan ze dood. Sapstromen naar boven en naar beneden? Vanzelfsprekend, allebei zijn nodig. Ben je tevreden met je gebied. Heel tevreden, is mijn taak, zorg goed voor ze. Hoe vin je het nu met ons te praten? Raar, wel grappig, en ik vind het nu wel genoeg. Dan laat ik je nu gaan, nog welbedankt. Ja, dag.
Ik wilde nog wel iets weten van de reiswezens. Als ze intensief met hun taak zijn bezig geweest, met het voor hen onbekende lichtkleuren overnemen van andere reiswezens, wat met name heel intensief gebeurt in een groot en vol theater, waar de beweeglijke reiswezens vooraan in de zaal samenkomen om zo efficiënt mogelijk uit te wisselen, en als er dan nog tijd over is de rijen afgaan met reiswezens die nog bij hun “eigenaar” geplakt zitten, dan zijn ze echt wel aan het eind van hun latijn, en kunnen ze de hele nacht bezig zijn met “poetsen”, d.w.z. alle vreemde lichttinten een plaats geven (ongeveer zoals wij mensen heftige emoties een plaats kunnen geven). Ik wilde weten of ze dit poetsen na hun feestje ook nodig hadden. Natuurlijk niet, dit was toch niet onze taak, was alleen maar voor het plezier! Duidelijk antwoord zou je zeggen, maar besef wel dat ze hun taak ook alleen maar als plezierig ervaren. Maar goed, blijkbaar was er voor hun dit verschil toch duidelijk.
De reiswezens hadden nog wel een vraag aan Margrete: Jij hebt vandaag je bewegingen (heil-euritmie) nog niet gedaan, ga je die nu nog doen? Nee, is er niet van gekomen vandaag, en nu te laat, morgen weer, maar vanwaar deze vraag? Vinden we mooi, vooral omdat er veel bijzondere wezens op af komen, die je daarmee creëert, mooi om te zien. (M.a.w. het ging ze niet om de oefening zelf, maar wat deze voor uitwerking had op andere natuurwezens; bijzonder om te vernemen!)

De volgende ochtend start de auto niet. Vreemd, ik heb pas een nieuwe accu, het is er niet vochtig, en niet zo heel hoog in de bergen. Misschien doordat het autowezen gisteren zo van slag was? Ik pak de accu-kabels, en ik heb ze nog niet aangesloten of er stopt een auto langs de weg; de 2 inzittenden eten er even hun broodje. Ik vraag hun hulp in en het starten is in een mum van tijd gebeurd. Gunstig toeval? Odilia liet weten van niet; we konden toch wel een beetje hulp gebruiken? Was zo geregeld. Waarvoor onze dank!
Hiervandaan een lang stuk verder rijden, tot bij Toscane, maar eerst voorbij Genua. Zouden we te maken krijgen met de ellende rondom het ingestorte viaduct? Ja, ineens moest al het verkeer de tolweg verlaten om er aan de andere kant weer op te moeten, en dan waren er vele afslagen, maar Siena of Rome stonden er niet bij, de gps wist het hier natuurlijk ook niet meer. Om eindeloos heen en weer rijden te vermijden kozen we voor de binnensteedse route naar het zuiden, zonder tol maar met veel verkeerslichten; in elk geval functioneerde hier de gps, en waarschijnlijk omdat het zaterdag was viel het nog mee met de drukte. Langs de kust, mooie boulevard, blauwe hemel vol met ruiten van chemtrails en aan de zuidkant van de stad zochten we de tolweg weer op. Nu even geen bestemmingen voor Odilia maar voor eigen genoegen. Je zou geneigd zijn te denken aan prachtige steden (met musea) als Florence en Siena, maar omdat we zoveel in contact zijn geweest met de hoge trillingen van de lichtwezens zouden onze chakra’s veel te open zijn voor de drukte van steden; we zouden in mum van tijd heel uitgeput zijn en dagen nodig kunnen hebben om weer op te laden. Is ons één keer overkomen, maar niet weer!
Wordt ook weer vervolgd, dus tot later.
Ferry en Margrete

reisverslag 3

1 oktober. Aan de Italiaanse kant van de Simplonpas is de hemel bewolkt, en ’s nachts begint en blijft het regenen; pas in de loop van de middag klaart het volledig op.
In de streek Piemonte, naar het plaatsje Druogno, naar een kerk! Deze staat waarschijnlijk op een heidens (neolitisch) heiligdom, waar wij niet bij kunnen komen (de reiswezens vertellen dat er geen crypt is, en bovendien is de deur op slot), maar er is volgens onze informatie wel ergens een hoeksteen uit het oude heiligdom aan de buitenkant te zien, ook herkenbaar aan zgn. cupmarks / napjes, en waarin, ze konden het niet laten, dan toch wel een christelijk kruis is gekerfd. Odilia vraagt ons daar de hartverbinding te doen, en de steentjes te rapen, maar geen contact te maken, het lichtwezen is te ver weg gezakt, maar nog wel aanwezig; contact maken zou te abrupt zijn.

Aan de zuidkant van Lago di Varese, in de regio Lombardije ligt necropolis Golasecco, de ingang ligt pal onder het viaduct van een snelweg aan de SP 27 Viale Europa, maar het terrein ligt 500 m verderop in het bos: 2 steencirkels en 2 steenkisten. Odilia gaf aan dat er in het bos nog veel meer lag, ze voelde zich totaal overdonderd door de grote hoeveelheid; ik reageerde: Dan voel jij ook ’s wat je steeds die lichtwezens aandoet! Waarop ze reageerde: Dat is zo! De vertegenwoordiger aldaar reageerde vol ongeloof, maar uiteindelijk heel enthousiast.

2 oktober. Nabij Montegrino de bodem gevormd van steen, we zien inscripties, cupmarks en zgn. karresporen (terwijl ze in die tijd nog niet het wiel hadden). De vertegenwoordiger reageert: Jullie zien ons niet, maar praten wel met ons, hoe kan dat? Dat heeft het Grote Lichtwezen van vroeger ons verteld. Praten jullie ook met haar!? Mmm, bijzonder hoor! En wil zelf graag ook contact.
Nog steeds in Lombardije, de stad Varese, dorpje Velmaio / Arcisate, moeten we ruim een km. over een bospad lopen, komen we uit bij een schitterende bloemenwei waar een menhir staat. Odilia geeft aan dat ze nog heel druk bezig is met de vorige twee plekken: Maar deze wil ik ook wel! Margrete opent het gesprek: Je ligt er mooi bij. Het lichtwezen: Ik sta! En inderdaad, mooi hier. En kan ik met het Grote Lichtwezen contact maken net zoals jullie zo net? Zeker, zodra wij jou vrij laten. Nou graag dan, heel veel dank!

In de bergen nabij Aosta, voorbij het dorpje Lillianes, hoog in de bergen, zoeken we Plan de Sorcières, de gps geeft aan links nog veel hoger aanhouden, googlemaps wil ons naar rechts wat omlaag, beide wegen worden smaller. Aan beide kanten zien we stenen liggen. We vragen onze reiswezens of ze hier al lichtwezens kunnen ontwaren bij de stenen, hetgeen ze beamen, aan beide kanten zelfs; maar rechts wat lager bij een grote schuur ligt er een grote steen en daar hebben ze het lichtwezen beloofd dat wij eraan komen. Vooruit dan maar, en binnen loopafstand, oké dus. Het lichtwezen is zowel verbaasd als nieuwsgierig: Het grote Lichtwezen van vroeger? Nou, fantastisch! Margrete: Kun jij het ook doorgeven aan de anderen hier in de omgeving? Hij: Ja hoor, we hebben onderling contact, en met de deva ook, komt helemaal in orde! Margrete: Wij gaan verder. Hij: Verder de bergen in? Zij: Nee, terug naar beneden, onze route vervolgen.

En deze route leidt een heel eind verder, naar de hoge top van de San Bernardino-pas, precies op de grens tussen Italië en Frankrijk, waar een grote wijde steencirkel gelegen is. Het schemert al, nauwelijks tegenliggers, wel een pekel-strooiwagen. Eh??? Het is toch een zwoele avond, en droog! Al klimmend merken we dat er wel degelijk reden toe was, mist flarden maken de weg wel degelijk glimmend, maar echte gladheid zijn we net voor. Het is er ook heel winderig, we parkeren de auto in het zicht van de steencirkel achter een groot gebouw, uit de wind; wel leggen we twee extra dekens op bed en later in de nacht trekken we nog wat extra lagen kleding aan. De reiswezens spreken ons gelijk enthousiast aan: Gaaf hier! Hele stille wezens. Ik: Praten jullie met ze? Heel zachtjes, kunnen we ook hoor. Ik: En wat wij sneeuw noemen? Ja, verderop, ook heel zacht en stil, zo stil! En ons werd verteld dat hier nooit mensen blijven slapen, vinden ze maar merkwaardig, en ook wel leuk. Alleen in dat gebouw verderop, daar slapen wel mensen. Ik: Vast met verwarming aan. Eh, ja , zo’n ding, zal wel. Mijn reiswezen: Vroeger reisde jij heel vaak naar de sneeuw, toen kende je mij nog niet, maar ik was er wel hoor. Wat was dat heerlijk, elke dag feest, maar jij wist van niks!

In de vroege ochtend, er komt al verkeer langs, hele geruststelling, de weg is blijkbaar begaanbaar. Ik moet stevig duwen om mijn deur open te krijgen, we schrapen het ijs van de ramen, de motor start met horten en stoten, maar doet ’t wel. Wij naar de steencirkel: Hebben jullie het naar je zin zo hoog en koud? Daar zijn we niet mee bezig. Naar je zin hier, met verkeer dichtbij? Het verkeer stoort matig, en hele tijden komt er geen verkeer, dus dat valt wel mee. Het lichtwezen reageert wat flegmatisch (de kou?) maar wil graag weer verbonden worden.

Een stuk verderop, langs de enige route die door de bergen naar onze volgende bestemming leidt: route barrée! We zien twee auto’s verder rijden, maar ja, onze route? Er zijn mensen bij de weg aan het werk: beslist ontoegankelijk? Hij adviseert ons een uur te wachten, tot de zon het ijs heeft ontdooit. Wij beslissen verder te rijden tot we merken dat het te link wordt, en dan daar maar te wachten. De hele omgeving is schitterend wit, vooral in het zonlicht. Ook de weg wordt wit, valt het best te omschrijven als een dikke laag ijzel, maar aan het smelten, de bovenlaag is zacht en geeft enige grip; ik rijd heel langzaam, we hebben geen haast en genieten van de prachtige witte wereld om ons heen. We bereiken zonder problemen de top, een enkele tegenligger geeft geruststelling, en naar beneden neemt de ijzel geleidelijk af. Wat een fantastische beleving!

De volgende bestemming, Les Peintures du Rocher du Château, nabij Bessans, le Villaron, Savoye; deze ligt officiëel in Frankrijk, maar aan de overkant van een rivier waar we niet overheen kunnen; we kijken op dat punt tegen een uitspringende rotswand aan. Dat is ‘m vast. Kunnen onze reiswezens daar naartoe en er een contactwezen uitnodigen naar de auto te komen? Weg zijn ze. Twee, drie minuten later bemerkt Margrete bezoek: Vreemd om met mensen te praten, maar ik begrijp dat het belangrijk is? Ik: Ja, herinner jij je nog de oude tijden, dat ‘t hier een cultusplaats was? Ja. Ik: Mooie tijd? Ja maar wel heel lang geleden. Ik: En het Grote Lichtwezen toen? Ja, al heel lang weg. Ik: Ze is nu terug, wij hebben contact met haar. Hoe kan dat, moet ik dat geloven? Ik: Ja, zoals we al zeiden, het is belangrijk. Ja, als het waar is is het zeker belangrijk. Ik: Zij wil weer contact met jouw lichtwezen, en ook graag contact met andere lichtwezens, als die er zijn. Die zijn er wel, maar ik hoor bij de mijne. Als wij jou zo meteen vrij laten, wil je dan deze boodschap doorgeven aan jouw lichtwezen, en die kan ’t dan ook doorgeven aan de anderen. Het Grote Lichtwezen hangt hier nu rond en zal zich laten voelen. Oh, ik ben helemaal van slag, beduusd! Ik: Ga maar gauw! Even later, we waren er nog niet eens vertrokken, liet Odilia al weten: Ik heb contact!

De volgende ligt weer in Italië: Necropolis de Maddalena, weer in Piemonte, bij Chiamonte, Ramats. De weg is afgezet met een groot hek, wel open, er loopt vel Carabinieri rond, één ervan wil onze paspoorten controleren; even later mogen we verder. De gps wijst halverwege de klim omhoog naar rechts, diep in het dal, bij de rivier. We zien er niets bijzonders, ja, veel bomen. De reiswezens vertellen dat we wat meer naar rechts moeten kijken, maar voegen eraan toe: Jullie zullen het niet zien, ’t ligt tussen de bomen,en is erg verwaarloosd. We nemen contact op met Odilia, die vraagt of ik Margrete precies kan draaien zodat zij gericht staat naar waar wij vermoeden dat het is. Ze gaat op zoek met behulp van de deva. De steen kunnen we voor ons het dal in werpen, hoeft niet heel ver weg, en steentjes oppakken waar we nu zijn. Even later krijgen we bericht: Gevonden, en de steen kunnen ze voelen liggen, dus klaar hier. We kunnen ongehinderd langs de carabiniere vertrekken.

Het Monticello Dolmen, bij Finale Ligure in de regio Ligurië. Even voorbij het punt dat de coördinaten aangeven is een parkeerplaats voor drie auto’s en daar loopt een pad omhoog. Een nogal lastig begaanbaar pad vol vaste en losse stenen, tevens vrij steil. Margrete heeft er plezier in, een lekkere klim, ik heb last van nogal drukkend weer en de omschakeling van twee uur ingespannen rijden. Wat er nog over is van het dolmen ligt direct aan het pad. Odilia: Is er slecht aan toe, weet niet of jullie er contact mee kunnen maken, maar probeer maar. Ik als representant voel me net zoals ik mezelf net beschreven heb: Net aan aanwezig, weinig helder, te slap om nee te zeggen, weinig vertrouwen dat het wat zal opleveren. Odilia laat later weten dat ze ‘m ondersteunende wezens zal sturen, en dan maar afwachten. Terug bij de auto gutst ’t zweet van mijn lijf, ga me eerst afspoelen, doe daarvoor mijn horloge af (dierbaar erfstuk van mijn vader), leg ‘m even op het dak van de auto, en daarna vertrekken we voor de volgende. Daar aangekomen besef ik dat ik mijn horloge niet van het dak heb gepakt. Margrete test voor me of het zin heeft terug te rijden, zullen we het nog ergens vinden? Nee. Zeker weten? Ja. Heel jammer, zonde. Voor alle zekerheid toch ook nog in de auto gezocht, hoewel ik er heel zeker van was dat ik ‘m op het dak had laten liggen. Je weet nooit.

De volgende in dezelfde regio, een steil kronkelweggetje op, na een paar scherpe bochten wordt de weg onbegaanbaar voor de auto. Volgens de gps nog 3,3 km te gaan. We besluiten daar te overnachten; er komen enkele bergbeklimmers langs, maar geen van alle weet iets van megalieten hogerop. Margrete test dat wij daar ook niets zullen vinden. We doen ons verhaal aan Odilia die samen met de deva op zoek gaat, maar uiteindelijk ook onverrichter zake.

De volgende ochtend toetsen we de coördinaten voor de volgende bestemming in, we dalen af en berijden dezelfde weg als we gekomen zijn, dus ook langs de parkeerplaats van gister. Toch maar even geparkeerd, er rond gekeken, ook op de plaats waar ik gedraaid had, maar niets! De auto gestart, ik wil wegrijden, zie ik mijn horloge voor me op het dashboard liggen!! Dit kan niet!! Hier zou ik het al veel eerder gezien hebben, we hebben er samen zelfs naar gezocht. Direct Odilia aangeroepen, wat speelt hier, dit kan echt niet op normale manier gebeurd zijn, weet jij er meer vanaf? Zij: Ja, het is een erfstuk van je vader, dat mag niet zomaar zoek raken, en jij was gisteren niet helemaal aanwezig (nu ook niet helemaal, maar wel iets beter). Je hebt ’t inderdaad op het dak van je auto laten liggen, en toen is er vanuit onze wereld ingegrepen. Ik hoop dat dit een goede les voor je is. Ik: Dit kan toch niet, kunnen jullie mijn horloge opgepakt hebben en in de auto hebben terug gelegd?! Wij kunnen dat als we het belangrijk genoeg vinden. Neem je les. Nou, bijzonder, heb er moeite mee, zo onwerkelijk, maar ik besef dat het wel waar moet zijn, want ik ben er heel zeker van dat ik ’t op het dak heb laten liggen. Heel veel dank, ben er heel blij mee, voel me geraakt. Margrete viel me bij: Ik weet heel zeker dat ik gisteren op je dashboard heb gezocht, het lag er niet. De reiswezens deden ook nog een duit in het zakje: Wij hebben ook gezien dat je het op het dak hebt laten liggen!
Wonderbaarlijk allemaal.

Tot later (de gebruikelijke groet van Odilia)

Ferry en Margrete