Eiland Mön

Jordehoj bij Neble op het eiland Mon (54.966460 /12.248810)​ is een stevige heuvel, vanaf de weg al te zien, maar nog wel een eindje lopen. Het heeft een  kamer (toegangshekje staat open) en we maakten op de gebruikelijke manier contact met uitleg van wie we waren en wat we kwamen doen.
Odilia zou later pas komen (ze was eerst nog even met de lastige drie in het zgn. muggenbos bezig geweest), en is daarna naar  Horbelev gegaan. Waarvan ze zei:  wat een verademing, ik werd van harte welkom geheten! – en daardoor ben ik nu wat verlaat hier ter plekke.


Somarke stendysse 
(54.991100 / 12.501000) ligt pal aan de weg, en reageerde helder maar wel wat gelaten: Er is veel weggehaald, maar de heuvel is nog intact, en het Grote Lichtwezen is welkom als ze er aan toe is.

Die avond reden we naar de kust nabij Kettinge, tot aan de uiterste landtong, met uitzicht op de zee en een prachtige zonsondergang, maar wel pal op de wind.

 

Toch wat te fris voor de nacht, waardoor we besloten een windluwe plaats te kiezen achter Kong Asgers Hoj (54. 957180 /  12.140330).

Er vlakbij lag ook nog een hunebed dat we de volgende ochtend ook gingen bezoeken namelijk Klikkende  Hoj.

Klikkende Hoj

Odilia was blij dat we niet meer verder wilden: Voor mij is het genoeg, en voor jullie ook, als ik zo invoel.

De volgende ochtend, maandag 29 mei, zei Odilia: Jullie zijn afgelopen nacht beiden grondig onderzocht, door beide ​lichtwezens​, en ​dat helpt.
Jullie hoeven verder geen contact te maken, alleen beide ​krachtplaatsen van binnen bekijken, de hartverbinding maken en zingen. Je hoeft geen steen achter te laten, want ik heb zelf al een goede verbinding met de deva van dit eiland; en met dank aan jullie reiswezens, die hebben vannacht hard gewerkt.

Ik had nog wel een heel andere vraag: hebben wij nog andere wezens​ om ons heen​? Je lichaamswezen natuurlijk, en alle andere ​wezens​ die zelfstandig met jullie meereizen. Vanuit huis?  Er zijn er ook die onderweg zijn opgestapt. Ze zijn in wezen al gewekt tijdens jullie voorbereiding thuis en hebben op jullie gewacht. Als jullie ze te eten en te slapen moesten geven zou je er een hele klus aan hebben!

​Kun je ook vertellen wat hun taak of soort/naam is?​ Dat is heel moeilijk! Eigenlijk onmogelijk. Het zijn er zoveel, en zoveel soorten, in elk geval zijn ze allemaal betrokken bij het doel van jullie reis. (zie toelichting onder aan deze pagina*)
Overigens, is er voor die drie in het muggenbos van gisteren veel hulp gekomen, en de deva daar werkt er ook aan mee, naast heel veel andere wezens.
Nog een laatste vraag: Als ik het zo zie, hebben wij misschien niet genoeg stenen bij ons om bij de megalieten achter te laten. Hoe lossen we dat op? Geen probleem, als ik onderweg stenen voel die er geschikt voor zijn, laat ik het jullie wel weten en kun je die toevoegen – de stenen die je nu hebt kunnen dan de nieuwe opladen.

 

We keken dus eerst bij  Kong Asgers Hoj bij Roddinge (54.957180 /12.140330) binnen en  later bij Klikkende hoj. 

Toen ontdekten we verderop nog een hunebed Sprovedysse, wat een mooi gebied.

Odilia kwam melden dat ze nu ook bij de laatste megaliet van gisteren was geweest, en dat ze allemaal graag wilden meewerken.

*Om je een idee te geven wat Odilia hier enigszins bedoelt, geven deze twee citaten van Rudolph Steiner wellicht een aardig idee wat er allemaal op ons kan inwerken.