Helsinki

Midsummernight in het openluchtmuseum in Helsinki

’s Middags kwamen we aan in Helsinki; we lagen hiermee zo’n twee weken voor op ‘t schema, en onze vriendin Irmeli had nog niet op ons gerekend en was dit weekend weg. We gingen eerst langs bij de kerk van de Christengemeenschap, we wilden er de zondagdienst bijwonen en kijken waar het precies was en of er nog verdere info te verkrijgen was. De deur was niet op slot en we liepen geruisloos naar binnen; er zaten vier dames aan een gedekte tafel, maar de maaltijd was nog niet begonnen. Eén kwam ons tegemoet, en gaf ons wat informatie, maar al gauw kwam er een tweede die haar terecht wees dat ze de sessie ophield, ons totaal geen aandacht gevend. We vertrokken, maar en kregen een foldertje mee. We wisten in elk geval waar en hoe laat de dienst op zondag zou zijn.

Daarna kozen voor het openluchtmuseum, dichtbij. Die avond bleef het tot diep in de nacht open vanwege het midzomerfeest, met een uitgebreid programma met muziek, dans en folklore. We waren er niet op voorbereid maar het leek ons wel leuk. Het programmaboekje gaf aan dat de meeste activiteiten ’s avonds waren, dus wij gingen eerst wat eten en daarna naar het feest. Het was een drukte van jewelste, met veel optredens, en mensen in klederdracht. We hebben ons er uitstekend vermaakt; leuk om te delen in de algemene feestvreugde.

Na afloop zochten we een rustige slaapplaats en hadden er onze traditionele dagsluiting met Odilia: Margrete wilde graag weten hoe dat zat met de stenen van vanmorgen die zo graag contact wilden. In oude tijden was alles met elkaar verbonden, tegenwoordig is er overal veel meer afscheiding. Wat de reiswezens doen, met alles en iedereen contact maken, zo ongeveer was het vroeger. Door hun contact heeft de rots een vonk van het licht opgepakt, je kunt dat nog niet echt bewustzijn noemen, maar het heeft hem toch de stimulans gegeven om naar buiten te komen. En als zo’n rots zich opent voor andere wezens, ondergaat hij vanzelf de trilling van die wezens, en stijgt zijn trillingsgetal. Zo’n steenwezen dat dus inspiratie van de reiswezens oppakt, zal waarschijnlijk verder gaan in zijn ontwikkeling.

Tweede vraag: Het midzomerfeest, of St. Jansfeest, is hier een nationale feestdag, iedereen heeft het erover, terwijl dat bij ons nauwelijks leeft (behalve op de Vrije Scholen). Hoe komt dat? Hier heeft men heel korte zomers, dat maakt dat men de zomer veel intenser beleeft, er is meer gretigheid en dankbaarheid naar de lichtenergie. Het is hier echt een volksfeest, iedereen beleeft dat mee – een uiting van vreugde en dankbaarheid. Tegelijkertijd echter proef je ook veel melancholie, want het betekent ook dat er besef is, dat de zomer alweer over z’n hoogtepunt heen is.

Een volgende vraag: Wat is de blauwe vlek op de bomen in de foto? Jullie mensen zien maar zo weinig van wat er allemaal is. Dit soort feesten trekt heel veel natuurwezens aan, mijn vermoeden is dat je een licht- of natuurwezen op je foto hebt vastgelegd. Als jullie ’t hadden kunnen waarnemen, hadden jullie kunnen zien dat de lucht bijna verstopt was met natuurwezens – zoals jullie ’t wel eens zien als de zon je kamer in schijnt, al die dansende stofdeeltjes, zo was het daar met de natuurwezens. Er was daar ook veel voor ze: allereerst veel kinderen, lekkers, vreugde, muziek, dans en de middernachtelijke vuren.

Nog een vraag: Wat was dat vanmiddag voor vreemde sfeer daar in de kerk van de Christengemeenschap? Daar was een vreemde energie, heel anders dan bij jullie in de kerk. Er had eigenlijk een wezen van de kerk aanwezig moeten zijn, maar die was er niet, ook niet in het kerkgedeelte van het gebouw. Er was geen verbinding met de cultus of het hart. En veel ego, onderlinge machtsstrijd, totaal geen harmonie. En naar jullie ook helemaal geen gastvrijheid, geheel in zichzelf afgesloten. Misschien hadden de dames dit zelf bekokstoofd en wilden ze geen pottenkijkers.

 

monument van Sibelius

Zaterdag 24 juni, rustig aan, een beetje de stad verkennen; eerst maar eens onze plannen delen met het autowezen: veel parkeren en wandelen, en weinig rijden.
Toen even contact met mijn lichaamswezen: Ik zou wel meer contact met je willen, ik ben je vriend, niet je vijand. Ja, voorgaande keren was ie meestal ontevreden over me, en had ik ‘m dus maar op afstand gehouden. Maar ik kon zijn reactie wel begrijpen, en vertelde dit, en ook dat ik wat meer m’n best zou doen om ‘m minder te vergeten.

Ik was tussendoor een boek aan het lezen, “Stars on the earth”, dat de relatie tussen de bergen op aarde en de sterrenbeelden beschrijft. Volgens de auteur weerspiegelen de bergen bepaalde sterrenbeelden, zoals dat ook zo schijnt te zijn tussen hunebedden en sterrenbeelden en piramides en sterrenbeelden. Boeiende materie, die op z’n minst aantoont dat de aarde en de kosmos niet “zomaar” ontstaan zijn, maar dat er een plan, een intelligentie achter zit. Mijn vraag aan Odilia of we bij het voorbereiden van onze reizen misschien niet alleen naar hunebedden moeten kijken maar misschien ook naar bergen?

Nee, veel bergen hebben wel een kosmische verbinding maar op een enkele uitzondering na zijn bergen geen cultusplaatsen geweest, en de sporadische berg-lichtwezens zou ik via de landschapsengelen wel kunnen vinden.

Ik vroeg haar ook naar het wezen van de Odiliënberg, haar ankerpunt op aarde. Ook die kun je vergelijken met een steenwezen.

Odilia op haar beurt stelde mij een vraag: Wat is je moeite met je lichaamswezen? Ik plaats te veel autoriteit in ‘m, en ik voel veel verdriet nog vanuit mijn jeugd en dat samen roept in mij verzet op. Odilia suggereerde me om ‘m meer te zien als mijn innerlijk kind, voor wie ik zorg draag. Dat voelde veel toegankelijker, goede suggestie dus, in dank aanvaard.