Hotel Wolmar vervolg

maandag 10 juli. ’s Ochtends voelde Margrete de aanwezigheid van mijn Opa Stok. Ze voelde hem wel vaker als hij een boodschap voor mij had en deze bij Margrete langs kwam brengen. Ik had nog nooit eerder rechtstreeks contact met ‘m gezocht behalve dan wanneer hij zich via Margrete aandiende.  Nu dus wel, via Margrete, dat ik meer rust moest nemen en niet moest blijven doorhollen want dan zou ik echt over mijn grenzen gaan wat heel schadelijk voor me zou zijn. Ik zei dat ik het heel bijzonder vond contact met hem te hebben; ik was 6 toen hij overleed, maar dat is me toen niet eerlijk verteld. Ik kan ‘m me nog goed herinneren – we speelden samen domino aan de tafel met de glasplaat en schildpad-asbak erop, en treintje in het Zuiderpark. Hij zei dat hij altijd veel van me had gehouden en vroeg of ik nog vragen had. Misschien kun je mijn groeten overbrengen aan mijn vader. Ik weet dat ie dat hemelen nog steeds moeilijk vindt. Opa: Ik zal ’t doen, maar weet niet of hij ’t nemen kan. Dat begrijp ik; ik voel me geroerd.

Die dag ben ik op weg naar Top eerst naar de overheidsinstelling gereden, die mij dat gratis boek had aangeboden waar ik in de bibliotheek naar gevraagd had. Ik werd te woord gestaan door de jongedame die het aanbod had gedaan, en die direct het boek ging pakken. Ik legde haar uit waar mijn belangstelling vandaan kwam, en vertelde iets over onze werkwijze met opstellingen; ze luisterde belangstellend, ging er zeker op googlen – ik verwees haar natuurlijk ook naar onze website.

Later, weer terug in de hotelkamer, vroeg ik me af of de reiswezens nog met me mee waren geweest, ik had ze totaal vergeten uit te nodigen. Direct kreeg ik een reactie via Margrete: Ja, strafpunten! Natuurlijk, we weten toch dat je weggaat, je lichaamswezen laat ’t ons altijd direct weten als jij wat anders gaat doen; en als we ergens anders zijn wordt dat wel doorgeseind (Hoe?). Ik: Tja, dat jullie meegaan naar Top voor het lekkers begrijp ik wel, maar naar dat kantoor? Ja ook, al was dat heel saai en ze hadden niks lekkers, maar die mevrouw sprak wel goed Engels zeg.

Margrete voor het eerst er weer op uit ….
Dinsdag 11 juli, regen. Margrete was voor het eerst met me mee gereden naar Top, ze wilde graag de wol zien waarvan ik verteld had dat ze die daar hadden. Op de terugweg waren we even gestopt bij een panoramapunt en daar vlakbij bezochten we ook de kerk. Terug in het hotel praatten we nog even na met onze reiswezens. Naar jullie zin? Ja, heerlijk gespeeld met de waterwezens.

Ik: Daar hadden jullie toch gisteren ook al mee gespeeld? Dit zijn toch niet dezelfde, dit zijn weer andere! Oh! En zijn jullie mee geweest naar Top? Strafpunten, jullie hebben ons alweer niet gewaarschuwd, maar we wisten ’t natuurlijk wel. Wat was de auto blij dat Margrete er bij was, hij had haar al zo lang niet gezien; en wat een lekkere kwarktaart hadden ze daar zeg! Maar die kerk was saai, en ’t museum was ook saai; in het winkeltje hadden ze wel leuke dingetjes. We hebben wel gelachen toen jij daarnet dat koekje naar Margrete gooide, precies op haar zere plek, en de speelwezens hadden er ook heel veel lol in. En vanmorgen was ook leuk joh, toen het kamermeisje binnenkwam omdat ze dacht dat jullie al weg waren, ze schrok zich rot, ineens zo’n grote man, ja, dat had ze echt niet verwacht. Gaan jullie nog iets leuks doen vandaag of alleen maar achter de computer?

Woensdag 12 juli, Margrete en ik zijn naar de rivier gewandeld, en nog wat verder langs naar de stroomversnellingen, waar mensen met kayaks doorheen voeren.

De gebruikelijke reactie achteraf van onze reiswezens: Wat leuk dat jullie naar onze plek zijn geweest, daar gaan we vaak naartoe, de waterwezens daar hebben altijd veel verhalen en er zijn bijna altijd kinderen. Het viel Margrete dit keer op dat ze heel weinig wiebelden. Dat komt omdat we dat bij de rivier al volop hebben kunnen doen. Ik vroeg: Gaan jullie daar wel eens ’t water in, hoe zit dat? Nee, wij zijn meer luchtwezens, we vliegen er vlak boven, en als we te nat worden dan worden we opgetild. Door wie? Geen idee. En vissen? Die kunnen we goed zien, maar daar houden we ons niet mee bezig; er zijn hele grote bij die soms die kleintjes opeten.

Reiswezens gefopt …… 
Donderdag 13 juli. Zou de vervangende auto morgen komen? Verder veel van het gebruikelijke stramien. Wel een kleine verrassing, bij Top had ik een stukje kwarktaart gekocht, dat werd in een doorzichtig plastic bakje gedaan. Dit had ik in onze kamer in de vensterbank gezet, lekker koel. Toen ik het na enige uren openmaakte en doormidden sneed reageerden de reiswezens heel verbaasd: Waar haal je dat ineens vandaan? Ik vertelde waar het al uren gestaan had. Ja, wij kunnen niet door plastic heen kijken, dus we hadden ’t nog helemaal niet gezien, en ineens had je het in je hand.

Nog langer wachten op de vervangende auto ……..
Vrijdag 14 juli. Bericht van de autoverhuurder: de trailer komt pas maandag. Morgen gaat niet lukken. Balen! Even later meldden de reiswezens zich: Er is iets naars hè? Ja, we vertrekken maandag pas.

Dus het blijft nog even saai!? Mogen we het het autowezen vertellen? Ga je gang. Margrete wilde ze eerst nog wat vragen: Wat was er nou zo lekker aan die kwarktaartDie is met honing gemaakt!

Margrete voelde zich vrij goed deze dag, en ’s middags wilden we gaan wandelen naar een plek aan de rivier die we op een bord hadden zien staan als de mooiste. Hierdoor kwamen we in een bos waar op aardige hoogte tussen de bomen een parcours was aangelegd, je moest daar af en toe klimmen, of glijden, of in een liftje hangen. Die glijlift of hanglift (hoe heet zoiets?) ging in hoge vaart helemaal over de brede rivier en weer terug – een gaaf gezicht! De reiswezens vroegen of ze daar langer mochten blijven, want dit deel van het bos lag buiten de hun toegestane grens. Wij gaven toestemming, want ze wisten heel goed de weg terug: Gewoon de rivier volgen, dan kwamen ze bij hun vaste stek: de stroomversnellingen. Het werd een behoorlijk lange wandeling, en omdat Margrete een pijnstiller had genomen leek het heel goed te gaan. De wandeling was inderdaad mooi, maar veel te lang, dat heeft ze de twee dagen erna nog moeten bezuren – ze voelde zich nogal beroerd.

Later lieten de reiswezens merken dat ze weer “thuis” waren, ze hadden het zeer naar hun zin gehad met al die klauterende kinderen, een snoepkraam en de waterwezens van de rivier. Ik was eigenlijk wel nieuwsgierig hoe ver zij nou eigenlijk zelfstandig konden gaan, en of ze wel eens naar Top gingen, dat weliswaar ver buiten het hun toegestane gebied lag, maar waar ze al diverse keren met mij geweest waren. Nee, dat was absoluut te ver voor ze. En gingen ze wel eens naar de Top-vestiging vlak naast het hotel, waar geen restaurant bij was? Nee, alle snoep daar is verpakt, er ligt niks open. En de twee supermarkten net voorbij de brug, naast de bibliotheek? Ja, daar komen we vaak want daar ligt wel lekkers open, en die liggen vlak naast de rivier, waar we ook vaak komen, dat is ons verste punt.

Autowezen …
Even later: Mogen we nog even storen? Ga je gangIets belangrijks! Het gaat om het autowezen, die heeft het moeilijk, weet niet waar hij aan toe is, wanneer hij opgehaald wordt en zo, je moet met ‘m praten! Ik bedankte ze voor hun suggestie, en even later ben ik die ook gaan volgen en ‘m de benodigde uitleg gegeven. Hij gaf aan: Ik blijf zo lang als ik jullie in de buurt voel; als ik dat niet meer voel dan ga ik. Pijnlijk en verdrietig, maar het was niet anders. Ik kon er verder ook niets aan doen, behalve zeggen dat ik het begreep.

Even later liet Odilia zich voelen. Margrete liet haar toe: Je doet er goed aan de auto niet meer te gebruiken; eigenlijk is het toch al niet echt veilig zonder achterlichten, en het autowezen voelt zich er niet goed bij om onveilig te rijden. Het zou voor hem zelfs een reden kunnen zijn om eerder te vertrekken, en dat zou de auto helemaal onbetrouwbaar maken. Hij wordt dan gemakkelijker een prooi voor donkere energie, wat de vorm van een aanrijding kan krijgen, en er is ook een grote kans dat de motor ermee ophoudt. Een auto kan zonder autowezen blijven rijden als alle andere wezens die erbij betrokken zijn hun taak blijven doen, maar dat zal nooit lang duren. Kortom, ga er niet meer in rijden! Ik heb dit moment (dat Margrete en ik nog in de auto zaten) gekozen zodat het autowezen kan meeluisteren. Het zou een hele geruststelling voor hem zijn als je beslist niet meer in ‘m te rijden. Ik heb direct toegezegd dat ik ‘m niet meer zou gebruiken.

Het autowezen voelde direct veel rustiger aan, maar wel intens verdrietig.

Odilia kwam nog even terug: In menselijke termen zou je kunnen zeggen dat ie van jullie is gaan houden.