Noorwegen nabij Oslo

 

oversteek naar Noorwegen

Sande, Vestfold, boerderij Duni – we zoeken een grafheuvel maar zien er geen. Navraag bij de boerderij waar de coördinaten ons naartoe brengen levert niets op; we kijken nog wat rond op het erf en bij de ingang. Bij de boerderij ernaast ligt een flinke verhoging, geheel overgroeid met struiken en bomen; ook dat erf gaan we op om de heuvel van de andere kant te kunnen zien. Heeft deze boer een grafheuvel op eigen erf? Ja en nee. We zagen tot onze grote schrik aan de andere kant twee garagedeuren in de heuvel: er was een garage in de grafheuvel gebouwd! Hier hoefden we niet te zoeken naar een lichtwezen (gaven ook onze reiswezens aan). Dit was na enkele uren rijden onze eerste kennismaking met Noorwegen, onvergetelijk triest.

Na weer stuk gereden te hebben, voeren we met de pont over en reden naar Furudstadlia, Vestfold, Sandefjord, Jaberg (59.106789 / 10.171280). Naast een woonhuis liepen we door wat struiken, waar het gevoel kregen dat er iets onder onze voeten lag. Toen we achter de woning liepen, ontdekten we na enig speurwerk dat we boven op met struiken begroeide dekplaten van een hunebed (of meerdere) liepen, doordat we in de grond spleten zagen waaronder we holle ruimtes opmerkten. Overigens deed het niet aan alsof dit de oorspronkelijke deklaag van een grafheuvel was. We vermoedden dat er verderop nog meer onder de grond – in nog dichter struikgewas – verborgen lag. We maakten contact: Ik ben er, we zijn met meer, sommige zijn redelijk, andere hebben ’t moeilijk; jullie brengen het Lichtwezen! Ja, we kennen haar nog wel, maar ik weet niet of we haar nog iets te bieden hebben, ik weet niet of we dat wel aankunnen, velen hier zijn bezig met overleven. Maar ze is beslist welkom! En veel dank aan jullie!

Later vertelde Odilia ons dat daar inderdaad veel beschadigd was, maar er viel nog veel te redden, het is een belangrijke krachtplaats voor haar.

Larvik, Presteassen, Tasaun (59.024403 / 9.968816). Waar moesten we kijken, vroegen we ons af? Midden in het grote grasveld in de tuin van een privéhuis, tegenover de kerk, stond een runensteen, maar we zochten geen runensteen. Achter in de hoek van de tuin, bij het bos, stond een stevige megalietsteen. Odilia liet ons weten dat dit niet zijn oorspronkelijke plaats is, hoewel die niet ver weg was. Ze vroeg of ze via​ Margrete de goede richting mocht zoeken. (Voor alle duidelijkheid vermeld ik hier nogmaals dat als Odilia bij Margrete doorkomt, Margrete’s bewustzijn even uitgeschakeld wordt, Margrete weet dus zelf nooit wat Odilia gezegd heeft en dat vertel ik haar dan later.) Nu, in deze situatie, ondersteunde ik Margrete, en Odilia (heeft ze later uitgelegd) tastte als het ware vanuit Margrete’s buikgebied, de energie van de omgeving af. Margrete draaide zich naar de hoek van de begraafplaats van de kerk, waar een werkkeet van de tuinlieden stond.

Als Margrete weer bewust wordt, is ze zelf verbaasd dat ze andersom staat, en ik vertel haar wat er gebeurd is en dat ze nu waarschijnlijk in de goede richting kijkt. ​

We lopen erheen en de reiswezens helpen ons en geven aan dat de precieze plek is waar zich nu de werkkeet van de tuinlieden bevindt. We lopen erheen en de reiswezens helpen ons daarbij en geven aan dat waar de werkkeet nu staat, de precieze plek is. Daar vlakbij staat een enorme kei, waar de reiswezens ons op attent maken. Daar heeft het lichtwezen zijn (eigenlijk best wel passende) toevlucht gezocht; we nodigden hem uit: Ik ben er, weliswaar niet helemaal op mijn oorspronkelijke plaats, maar toch. Ik herinner me de oude tijd; mijn taak van toen – als cultusplaats – is vervallen. Ik laat nog wel iets zien van deze oude tijd aan mensen die dat willen zien. De kerk heeft een soortgelijke taak als ik vroeger, maar staat wel op mijn terrein. De mensen doen hun best. Ik ben me ervan bewust dat er iets te gebeuren staat; jullie komst en die reiswezens zijn daar een aankondiging van – van de wederkomst van het vroegere Lichtwezen. Ja, ook daar heb ik herinnering aan, wat een gebeurtenis! Ze is welkom natuurlijk; ik heb nog wel wat twijfel of ik alles weer aankan, maar dat werken we samen wel uit, dat komt in orde, heel zeker. Aan jullie en jullie wezens heel veel dank. 

Het was al diep in de avond, en de parkeerplaats van de begraafplaats leek ons een geschikte plaats om te overnachten.

Odilia liet ons later weten: Fijn dat jullie hier blijven overnachten, jullie reiswezens kunnen hier nog veel nuttig werk doen.

En wat het lichtwezen betreft, die gaat ondersteuning krijgen, want hij heeft het zwaar, hij moet zijn taak over drie plaatsen verdelen, en is wat eenzaam, maar hij is wel helder en zeer welwillend, met wat twijfel over zichzelf.