Normandië

Bij de volgende bestemming hebben we uitgebreid de omgeving uitgekamd, maar niets gevonden: Pierre de la Goue, die vlak bij een riviertje zou moeten liggen. We zochten aan beide kanten ervan. Bij St Quentin d’Attez en Dreux (48.808100 / 0.964400) ontdekten we dat we nu in Normandië waren beland, en niet meer in de buurt van Parijs waren, wat wel onze bedoeling was.

Overnachtingsplek nabij de Dolmen de la Ferme Brûlée (Sorel-Moussel)

We hadden het lijstje dat Margrete thuis had opgesteld gevolgd, maar Margrete had vanaf Parijs westwaarts de kaart verkend, en niet rondom Parijs. We besloten de volgende die ook in deze streek lagen toch ook maar mee te nemen. Het begon al aardig te schemeren, dus snel op weg naar de volgende plek.

In het gehucht Sorel-Moussel, dicht bij de stad Dreux vonden we hem. Internet gaf aan: In de privé tuin van Maison Dolmen, maar er is weinig kans ze te zien, er staan borden verboden toegang en pas-op-de-hond, tussen de D16 en de rivier. Het Dolmen de la Ferme Brûlée bevindt zich langs de Route de Guë des Grus. Eerst de auto een tijdje geparkeerd op de parkeerplaats van de buren, om in de auto wat te eten. We hadden uit eten willen gaan in een van de dorpjes, maar alles was gesloten, tot zelfs de pizzatent toe. Alleen een wafelkraam op het dorpsplein bood iets te eten aan. Maar we bleven daar niet alleen om te eten , ook om de buurt te verkennen: zouden er mensen langs komen? Misschien wel bewoners die nieuwsgierig of achterdochtig naar ons waren  – en konden we evt. achterom? Er liep wel een pad, maar er stonden huizen en er sprongen steeds lampen aan als we daar liepen. Contact maken vanaf de weg? En een slaapplaats vinden zodat de reiswezens contact konden maken? Toen we alles verkend hadden en wegreden zag ik dat het toegangshek open stond. Stoppen! Zomaar in het donker de oprijlaan inlopen, en lief doen tegen de hond? Wel even getwijfeld. En toch maar gedaan, en lief doen tegen de hond viel reuze mee, een leuk speels beestje dat nieuwsgierig met me meeliep. Bij het huis zag ik een vrouw buiten bezig, iets opruimen? Ik liep op haar af, ze schrok flink, maar ik sprak haar vriendelijk aan in mijn beste Frans, dat in elk geval beter bleek dan haar beste Engels en vertelde dat we geïnteresseerd waren in de dolmen. Ze nodigde me uit met haar mee te lopen. Ik ging natuurlijk eerst Margrete erbij halen, met zaklamp en camera, en de vrouw gaf vriendelijk en uitvoerig uitleg. Er lag niet alleen een hunebed, maar ook een polissoir. We wisten toen nog niet wat dat was, maar we zagen een steen waarop je zou denken dat daarop messen of zo geslepen waren. De volgende dag ontdekten we dat polissoir in het Nederlands inderdaad slijpsteen betekent.

Dolmen de la Ferme Brûlée
Pollissoir nabij de dolmen de la Ferme Brûlée

Odilia vertelde later terug in de auto, dat zo’n steen inderdaad als slijpsteen diende, om wapens te slijpen, maar dan wel ritueel, verbonden met de voorouders en mogelijke godheden. De vrouw had verteld dat haar man de volgende ochtend thuis zou zijn, die wist er meer over te vertellen dan zij. Dus wij besloten de volgende ochtend terug te komen. Buiten het hek, in het donker langs de weg maakten we contact met het lichtwezen, dat liet weten dat Odilia, het Grote Lichtwezen, zeer welkom was, en we stelden voor dat onze reiswezens hier konden bijven om verder contact te maken. En wij vonden een prachtige slaapplaats verder op de weg diep in een bos met een prachtige magische sfeer, heel stil – alleen in de verte zagen we wat lichtjes van een huis op de heuvel en even later waren die lichtjes er niet meer. Stil en donker! Wie schetst onze verbazing toen ’s ochtends bij het ontwaken de reiswezens ons begroetten! Ze hadden toch liever de nacht bij ons doorgebracht en aan Odilia gevraagd om hen naar ons te verplaatsen! Ze vertelden dat ze ’s nachts in het bos reeën hadden waargenomen, en ook kleinere dieren, en dat veel dieren een luie indruk maakten (we begrepen dat ze bedoelden dat ze zich al op hun winterslaap aan het voorbereiden waren).

Pollissoir (links) en dolmen de la Ferme Brûlée

Ze waren ook naar het grote huis iets verderop geweest, en merkten op dat de mensen hier heel anders eten dan wij, dat ze hetzelfde aten als wij vlak na ons ongeluk in Letland, waarbij Margrete flink letsel had opgelopen en we in een hotel verbleven, en Margrete ineens een hang naar croissants kreeg. Dat hadden ze goed gezien, maar het woord croissant kenden ze niet.

Wat later in de ochtend wachtte de man van Maison de Dolmen ons al op; hij wist er inderdaad heel wat over te vertellen, maar voornamelijk wat de geruchten waren over megalieten en hoe deze ontdekt waren. Hij kwam zelfs nog met wat internetprintjes over vroeger, en dat er in de bossen verderop nog meer waren, waar hij een plattegrond van uitprintte; dit alles met thee en koekjes, en zelfs het aanbod om gebruik te maken van de douche. Dat laatste sloegen we af, dat was te veel – we zeiden stoer dat we ons ergens buiten in de natuur wel zouden wassen. En eerlijkheidshalve: soms een dag over te slaan!

Chemin du Pollissoirs in een zeer rijk bos gebied nabij Sorel-Moussel

We gingen op zoek naar de polissoirs in het bos een eindje verderop – er was een parkeerplaats bij een manege, aan de Chemin des polissoirs. We liepen iets door, het bos in, en zagen er twee naast elkaar. Na enig rondkijken ontwaarden we er zeker tien, de een wat meer “beslepen” dan de andere, gewoon in de grond, soms met bladeren eroverheen (48.8177820 / 1.376990). Er waren er ook met ronde inkepingen. We vroegen Odilia ernaar: Een voedsel-offerplaats voor de voorouders/goden, zoals ook de zogenaamde cupmarks – kleine ronde inkepingen.

Op aanwijzing van Odilia ging ik representant staan bij de mannelijke, wat grotere steen: Of we contact willen met het Grote Lichtwezen is geen vraag maar een vanzelfsprekendheid, dit voelt voor ons als een groots aanbod, we voelen ons nederig en vol eerbied. En Margrete bij de wat kleinere, meer vrouwelijke: Heel graag, maar het komt wel heel onverwacht, en het is veel, we hebben wel enige tijd nodig om haar volledig te kunnen toelaten.

 

  • Voor het Dolmen de la Pierre Ardoue, bij St Léger-en-Yvelines (48.729600 / 1.745300), reden we de bosweg in tot aan de slagboom, om dan schuin links het pad in te gaan. Na zo’n 700 m, bij de Y-splitsing hielden we rechts, om vervolgens goed naar rechts tussen de bomen door te kijken. Hoewel hij heel groot is, ligt hij laag aan de grond. Als je een volgend dwarspad kruist ben je te ver! Overigens wilde deze graag contact.

 

 

 

Dolmen de la Pierre Ardoue nabij St. Legér-en-Yvelines