Stock-holm

Slagsta Hällristning (Fittja)

Op zoek naar Slagsta Rockart, Hällristning in de voorstad Botkyrka zuidwest van Stockholm (59.250942 / 17.849940) zien we een toeristenbus op de parkeerplaats.  Maar geen toeristen! We ontdekken al snel een minder prettig aspect: deze bus is met graffiti besmeurd en wordt hier met chemische troep schoongemaakt; alle viezigheid loopt langs de rand van de parkeerplaats weg. Was dit in Nederland gebeurd dan had ik de politie gebeld, maar hier wist ik het alarmnummer en ook de straatnaam niet. Maar prettig voelde het niet.

We lopen naar een heel klein plantsoentje, waar wel een hoge rots staat, met daarin prachtige inscripties​. Vlak ernaast loopt echter op grote diepte een 6-baans snelweg, waarvandaan een constant razend lawaai opstijgt. Aan de andere kant ligt de weg waarlangs wij gekomen zijn, ook niet echt geruisloos.

Odilia kwam door: Dit is onhoudbaar, hier kan geen lichtwezen functioneren, wat moedig dat ie er nog is, maar maak geen contact! Hij zit diep verscholen en dat is maar goed ook; het heeft geen zin om ‘m naar boven te halen. Ik zal ‘t nog even overleggen hier, maar mijn voorstel nu zou zijn om ‘m aan te bieden hier te stoppen en terug te treden, hoe erg dat ook is, voor hemzelf en voor de aarde.
Natuurlijk krijgt hij bedenktijd, maar als het aan mij ligt, wil ik hem uit zijn lijden verlossen.   Doe alleen maar de hartverbinding en leg wat lekkers voor de natuurwezens neer, want die hebben het ook heel moeilijk – en zeg erbij: laat je taak los, er rust geen verplichting meer op.
Wat een nare ervaring, een afschuwelijke plek. Als ik Odilia vraag of ik er goed aan doe hier de coördinaten te vermelden, antwoordt ze: Doe dat gerust, wellicht zijn er mensen die de tekeningen graag willen zien, maar vermeld dan wel het dringende verzoek of ze dan daar wat lekkers voor de natuurwezens willen neerleggen ter ondersteuning, want ook die hebben het daar moeilijk. Waarvan acte!

Bij de auto vragen we of de reiswezens hebben meegeluisterd: Ja, wat zielig he? Hoe kun je daar nou wonen! 

Het enige reisdoel dat we nu nog in Zweden over hadden was Stockholm. Niet voor megalieten maar gewoon om de stad te bezoeken, sightseeing zoals dat heet, en om er de haven te vinden om naar Turku in Finland te varen.

Dat laatste deden we als eerste, want we hadden er geen idee van met welke regelmaat er gevaren werd en of er ruimte zou zijn. Het bleek reuze mee te vallen en boekten de dagboot voor de volgende dag, hopend op mooi weer voor een zonnige overtocht op het buitendek. (Deze wens kwam redelijk in vervulling.)

We gingen op weg naar het nationaal museum, maar ontdekten op een plein er dichtbij een biologische markt, waar we wat rondstruinden. Eigenlijk hadden we niet echt zin in een museum, het was veel te mooi weer en we hadden al zo veel indrukken opgedaan. We besloten naar Skansen te gaan, de dierentuin, want we wilden nog wel wat rendieren en elanden ontmoeten.

De dierentuin was best aardig, maar met name de elanden zagen er heel ongelukkig uit, ook al wisten we dat ze in de dierentuin geboren waren. De wolven konden we niet zo goed zien, maar die maakten ook geen gelukkige indruk. Deze dieren hebben ruimte nodig, en geen publiek!

We overnachtten naast de parkeerplaats (’n beetje achteraf) van het haventerrein om er zeker van te zijn niet te laat te komen voor de boot naar Finland.

Slagsta Hällristning (Fittja)

    ​