
Drie uur rijden naar Cernica Neolithic Tombs in Caldararu, een voorstad van Boekarest.
Daar zijn we gauw klaar: de plek ligt verscholen onder water in een stuwmeer, er zijn geen rotsen in de buurt waar de Lichtwezens hun toevlucht hadden kunnen vinden, dus verdwenen.

We overwegen nog Boekarest in te rijden, maar bij 32 graden lijkt ons dat toch niet echt aantrekkelijk. Wel jammer. We rijden nog twee uur verder over een vrij nieuwe snelweg naar Capidava Ancient Village / Settlement, een ommuurde oude vestigingsplaats. Buiten het hek krijgt Margrete al contact met een contactwezen, net gewekt door de reiswezens maar toch vrij helder. Vertelt dat ze vroeger met meer waren, voor nu weet hij dat natuurlijk niet. Gaat na onze uitleg op naar zijn Lichtwezen om ‘m te wekken, geassisteerd door onze reiswezens. Zodoende is Odilia met deze plek verbonden en kan vannacht (en komende nachten?) aan het werk om hier de andere Lichtwezens wakker te krijgen.

Deze plek ligt dichtbij de monding van een rivier in de Zwarte Zee. Hier vandaan leggen we aan Odilia uit waar er in Oekraïne aan de kust, 700 km verderop, vlak voor de Krim, voor haar een bestemming ligt. (nabij Cherson) Mocht het haar nog niet lukken dan is er alle tijd om het morgen opnieuw uit te leggen want de volgende twee bestemmingen liggen in Roemenië aan dezelfde kust.

Ondertussen gaan wij voor 2 uur rijden op pad naar Istria Burial Site nabij Constanta, dus aan de kust van de Zwarte zee. De benaming burial site (begraafplaats) klopt niet, want het zijn geen grafheuvels, maar cultische heuvels, (in)wijdingsplekken, volgens Odilia. Al zo’n 10 km van Istria vandaan zien we cultische heuveltjes in het landschap. Hoe dichter bij, en zelfs voorbij Istria, naar de kust toe, zien we er aan alle kanten vele liggen, misschien wel honderden. Odilia reageert verrukt, een ware snoepwinkel, in menselijke termen uitgedrukt. Ze heeft hulpwezens ingesteld omdat het haar te veel wordt. Speelt mee dat de Lichtwezens allemaal heel diep zijn weggezakt, waardoor het haar veel inspanning kost ze wakker te krijgen. Gelukkig hoeven wij ze niet allemaal langs te gaan, het volstaat onze kraaltjes op één plek te plaatsen, de deva leidt Odilia wel verder rond.
De kust van de lagune bestaat hier uit meters dik riet. Merkwaardig en vervelend is dat kort na zonsondergang we overvallen worden door hordes muggen en vliegende torren. We pakken onze biezen en gaan dichter bij de rand van de stad staan, waar we de buitenste ring van straatlantaarns kunnen waarnemen. Natuurlijk zouden onze reiswezens daar graag langs de huizen willen gaan om er met andere reiswezens in contact te komen, maar de afstand is net te groot. Ze weten een deal met het straatwezen te sluiten die bereid is ze naar de buitenste huizenrij te brengen en “een kopje thee” later weer op te halen. Mogen ze morgenochtend nog een keer gaan. Zij blij, want de afgelegen stille plekken die wij voor de nachten opzoeken maken hun nachten heel saai. Dat is nu eenmaal het lot van de meeste reiswezens, maar nu voor de onze niet. Onderweg stoppen wij ook wel eens speciaal voor hun bij drukke plaatsen, zoals een school of parkeerplaats van een supermarkt, kunnen ze naar hartelust met andere reiswezens uitwisselen.
Enkele nachten geleden hadden ze, naar onze indruk, een merkwaardige ervaring met zo’n straatwezen elders. Het straatwezen daar had al heel veel moeite om zijn taak naar behoren uit te voeren en kon het er niet bij hebben ook nog voor onze reiswezens zorg te dragen. Wat er precies speelde wisten zij niet, maar wel gaven zij als mogelijkheid dat als er daar veel narigheid had gespeeld, b.v. veel ongelukken of overstroming tot zo iets kan leiden.



In het voorjaar 2025 verscheen er een artikel bij het Hunebedcafe over deze plek en liet Odilia weten met deze plek reeds verbonden te zijn.



Op de plek aan de kust bij Istria waar wij vanmiddag zijn aangekomen hebben we in overleg met Odilia een wat grotere steen en 4 paren van de kralen begraven om voor Odilia de richting aan te geven en om op afstand contact te houden. Margrete had al ingevoeld dat deze steen en kralen graag voor deze taak ingezet wilden worden.
Wat fijn dat dit op deze manier mogelijk is!
Even iets ter zijde van dit alles, over Roemenië.
Sinds we hier 12 jaar geleden waren is er wel heel veel veranderd. Goede wegen, heel veel verkeer, eindeloze files in de steden, veel nieuwbouw, o.a. moderne schoolgebouwen, duidelijk veel meer welvaart. Maar sommige aspecten missen we wel: paard-en-wagens, ezelwagens, slangen die zich op stille wegen (zijn er niet meer) op het warme asfalt liggen te koesteren, schildpadden in de berm, en soms op de weg. Nu we de afgelopen dagen meer zuid-oostelijk komen hebben we ze allemaal toch nog aangetroffen, niet in grote aantallen, maar toch. Vanmorgen al een aangereden slang naast onze parkeerplek, vanavond vroeg was ik even op ons pad aan het hardlopen in de frisse zeewind, zie ik een heel klein (3 cm) dood schildpadje en even later een dood slangetje, zo’n 15 cm lang. Meegenomen als souvenirs! (voor zo lang als ze goed blijven).
De verplaatsing een stukje van de kust af blijkt helaas niet het gewenste resultaat op te leveren. Op zaterdag, nog lang voor de volgende zonsopkomst worden we al wakker, over ons hele lijf vervelende kriebels, we proberen nog even verder te slapen maar dat lukt niet echt, en als het wat lichter worden zien we de auto vol met ons onbekende soorten insectjes, nog het meest gelijkend op doorzichtbare muggen. We pakken snel onze biezen en gaan al heel vroeg naar onze volgende bestemming, 120 km op twee uur rijden:


