Commentaar reis-wezens

Grasmaaier
Jaren geleden kocht ik een tweedehands grasmaaier, een nogal antiek model, voor weinig geld, en in prima staat, volgens de eigenaar. En inderdaad, hij heeft  jarenlang  trouw zijn dienst geleverd, op een kleinigheidje na: hij startte wat moeilijk. Maar ook al moest ik wel tien keer aan het koord aantrekken, uiteindelijk startte hij altijd. En hij was nogal zwaar, wat alleen maar een voordeel was omdat hij er dan altijd door kwam, hoe hoog het gras ook stond (Ik heb het over ons landje in Reeuwijk, waar we soms met zeer onregelmatige tussenpozen kwamen/komen). 

Maar dit keer was er iets van touw rond de as verstrikt geraakt, en liep hij te stroef om gestart te krijgen. Naar de werkplaats voor reparatie, maar daar kreeg ik te horen dat de monteur dit als een onmogelijke zaak beschouwde: als hij de as los wilde maken zou die afbreken, alles zat muurvast; niet meer te repareren!  Ze wilden ‘m nog wel voor me afvoeren, dan was ik er vanaf. Dat moest dan maar.
In de auto vertelde ik het relaas aan Margrete. Ja jammer, maar niets aan te doen.
Reactie van onze reiswezens: Je hebt het hem (het machinewezen) niet verteld, nu weet hij niet waar hij aan toe is, mogen wij nog even naar ‘m toe en ’t hem vertellen? Ja, graag zelfs, goed idee, ga maar, wij wachten wel (buiten de winkel in de auto).

Even later waren ze terug: Hij is wel heel verdrietig hoor!
Ik: Dat geloof ik graag, het is niet anders, ik vind het ook heel spijtig. Kunnen jullie nog de hartverbinding voor ‘m doen? Ja, doen we nu, direct.
 
Vervolg: Hebben jullie het wezen van het landje verteld over de nieuwe grasmaaier, en het grasmaaier-wezen verteld dat dit zijn nieuwe plek is, en ‘m daar verwelkomd? Oh jee, we blijven weer ’s flink in gebreke. Wat mij meer bezig hield of de nieuwe grasmaaier na een jaar stilstand (volgens de verkoper) het wel zou doen, met name makkelijk zou starten. Uitkomst: één ruk aan het startkoord en hij deed ’t! Geweldig. Was ik niet gewend. Dat heeft me bezig gehouden, en nu voel ik me gerustgesteld. 

En ook al zijn we er hard aan het werk, toch de vuurkorf gevuld en aangestoken; er stond een stevige bries, dus dat wilde wel. Af en toe viel er een stukje gloeiend hout op het gras, schroeide wel even maar twee dagen later al nauwelijks meer te zien. De reiswezens: Hij (het wezen van het landje) houdt niet van vuur, en helemaal niet als dat in het gras valt. Ik: dat hij niet van vuur houd weet ik, maar ik vind het nou eenmaal leuk om er een vuurtje te laten branden, en die kooltjes die in het gras vallen, ach, daar zie je na twee dagen niets meer iets van. Ja maar daar moet ie wel heel hard aan werken hoor! Oh, zit dat zo? Niet bij stil gestaan, zal ‘m er voor bedanken.
 
Verder trek ik er heel veel brandnetels uit de grond (met handschoenen aan), en Margrete haalt veel gras en riet tussen de struiken vandaan. De reiswezens: Ja, jij doet maar, dat vinden ze helemaal niet leuk. Ik: Margrete doet dat toch ook! Ja maar die  praat ook met ze en legt uit dat de stekelplanten weg moeten omdat anders de kleinkinderen zich er aan bezeren, en bij de andere legt ze uit dat ze het moet uitdunnen, anders wordt het te vol, dat maakt wel verschil hoor! De dag erna heb ik ook af en toe wat uitleg gegeven, maar ik vind dat toch lastig, concentreer me meer op het werk dan op het contact. Wat het voor Margrete ook makkelijker maakt is dat zij ook echt contact voelt met die planten; ik heb meer contact met mijn eigen bezigheid. Ondertussen voelt ze ook nog hier en daar als een plant of struik het moeilijk heeft, te veel of te weinig zon of water, ik voel meer of ik te warm in de zon zit en te weinig water naar binnen krijg!
 
Aanhoudend mooi zomerweer, mensen blij, maar veel natuurwezens niet, die hebben liever regen, heerlijk spelen met de waterwezens. Zo ook onze reiswezens. En nog een extra domper op hun beleving thuis: de jongens aan de overkant slapen niet bij vader thuis. Dubbel saai, Hoe moet dat nu met ons, wij zijn heel zielig! Ja zeker, maar overdag hebben jullie het grandioos gehad, zo veel mensen op en bij het strand, zijn we twee keer geweest! Dat werkt toch zeker wel troostend? Ja, grandioos, maar troostend voor nu? (zij leven nu enmaal heel erg in het moment) Een bakkie troost, horen wij, wat is dat, begrijpen wij niet. Er is zeker weer een taalwezen in de buurt? Ja, die liet ons dat horen, maar wij weten niet wat dat is. Ik uitgelegd, zo goed en zo kwaad als ik kan, kopje koffie voor iemand die het moeilijk heeft. Mmm, maar raar hoor, wij drinken toch geen koffie, we gaan wel naar de tuin, dag!