Ik heb er al eerder over geschreven hoe onze reiswezens zich steeds zelfbewuster ontwikkelen; ze dienen ons geregeld van repliek, en komen ook met eigen voorstellen. Zo ook hier: Op weg naar ons landje aan de Reeuwijkse plas passeren wij een weg waar een slagboom de doorgang blokkeert; alleen bewoners / eigenaren kunnen deze slagboom openen m.b.v. een app. Met onze reiswezen hebben wij ook de afspraak dat deze slagboom het gebied markeert tot waar zij zich vrij mogen bewegen.
Tot nu toe hadden we het zo met ze geregeld dat wij hun de vrijheid gaven zodra we bij ons landje aankwamen. Nu kwam hun verzoek: Mogen wij er uit bij de slagboom? Dan kunnen we al direct langs de huizen en mensen gaan en hoeven we niet te wachten tot we bij het landje zijn. Slim uitgedacht, doen we!
Zo’n verzoek lijkt wellicht heel vanzelfsprekend, maar als je nagaat dat reiswezens in principe altijd hun persoon volgen en dicht bij ‘m blijven, en geen idee hebben dat er zoiets als eigen initiatief bestaat, zitten er toch heel wat stappen in om zo’n initiatief zelf te bedenken!
En daarop lijkend: we hebben met hun een overeenkomst dat als we naar huis toe rijden en langs het Kurhaus komen, ze op het Kurhausplein de auto uit mogen; er is daar altijd opvang voor ze die ze verder begeleidt over de boulevard en door de winkelstraat naar ons huis toe. Zeker op zomerse dagen kunnen ze op deze manier een hoop mensen ontmoeten (met interessante buitenlandse reiswezens, want daar gaat het ze vnl. om!).Komen ze met prachtig stalend licht thuis (alleen jammer dat wij dat niet kunnen zien, maar ze vertellen ons er wel dankbaar over, en maken er grapjes over).
Maar ze hebben ’t met ons ook wel ’s erg moeilijk, zeker inzake mijn verjaardag donderdag 19 september (75!). Ik wist er verder niets van af, maar blijkbaar had Margrete een kadootje voor ze gekocht om aan mij te geven:
Al een dag of tien geleden meldden ze me dat ze een geheim hadden, maar ze mochten er niet over praten, want dat was geheim, anders zou ik het te weten komen maar dat mocht niet.. Maar het is wel belangrijk, het hoort erbij. Waarbij? Ik had geen idee, maar het zou wel zo zijn. De dagen erna kwam dit onderwerp geregeld weer ter sprake. Ja, we mogen er niet over praten, het moet geheim blijven, meer zeggen we niet hoor, maar we vinden het wel moeilijk, want het duurt nog lang hè? Ja, nog een hele week, weer op de dag dat er weer markt is, dat is makkelijk voor jullie om te onthouden. Ja, dat weten we, dan moeten we nog lang wachten, moeilijk hoor, mogen we er al die tijd niet over praten. Zo is het.
En zo gaat het nog een aantal keren door.
Twee avonden ervoor weten ze het even niet meer. Het is nu gauw hè, is het morgen? Nee, de dag erna, niet morgen . Het is heel belangrijk, je hebt het nodig, kan niet zonder. Nou, ben benieuwd. Maar we zeggen eits hoor. Nee, is goed hoor.
Soortgelijke herhalingen volgen.
De avond er voor vertellen we ze duidelijk dat mijn verjaardag begint op het moment dat we (meestal Margrete) de gordijnen open doen, dus niet als we toevallig in de nacht even wakker zijn. Dat snappen ze.
’s Ochtends vroeg voelt Margrete zich wel in haar slaap gestoord, ze voelt de spanning van de reiswezens, een enorme druk, bijna niet te harden. De gordijnen gaan dus behoorlijk vroeg open.
Na bezoek aan de markt kwamen de reiswezens met: Mogen wij wat zeggen? Ga jullie gang. Op de markt hebben wij veel vriendjes, en we hebben met z’n allen voor jouw verjaardag gezongen, vonden we leuk, is nooit eerder gedaan, vertelden ze. In jullie lichttaal gezongen zeker? Ja, op onze manier, met veel, heel leuk.
Margrete: Ik heb een vraag aan jullie. Is goed, maar dan willen we nu graag door jou (mij, Ferry) praten.
Ik: Nou vooruit, als het me lukt. Vraag van Margrete: Bestaan er verjaardagswezens? De reiswezens via mij:
Nee, dat is van mensen, niet van onze wereld. Er zijn wel kleurwezens, jullie noemen dat stemmingswezens, die brengen een kleur mee, b.v. een verjaardagskleur, een soort feestsfeerwezens zouden jullie zeggen. Zijn ze meegekomen naar hier, voor de taart? Nee, die horen bij de markt, gaan daar niet vandaan, en daar hebben ze al genoeg lekkers. (Margrete:) Ja, eigenlijk heel begrijpelijk, dank jullie wel! Leuk hoor, zoveel te weten te komen over jullie wereld.


